winterleed

De winter staat me zo ontzettend tegen
Ik ben het pokkenweer al maanden zat
Vanavond kwam ik thuis, verkleumd en nat
Want sneeuwt het niet, dan is er mist of regen

Ook heb ik gister ernstig kou gevat
Ik haat de vorst, de onbestrooide wegen
Al twee keer heb ik op mijn gat gelegen
Want ook de stoepen zijn gevaarlijk glad

Ik woonde vele jaren op Bonaire
Mijn ouders zijn de armoe daar ontvlucht
Zo werd mijn warme winter een polaire

Voor global warming ben ik niet beducht
Die is het antwoord juist op mijn misère
Dus ik vrees de klimaatdiscussieklucht

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De vrede van het stille land



De weide reikt tot aan de waterkant –
een weelderig tapijt van gras en kruid.
Het regent lichtjes en het zacht geluid
verdiept de vrede van het stille land.

Dan drijft de wind de wolken voor zich uit,
het licht doet met zijn kracht zijn woord gestand
en strooit met zonneschijn uit gulle hand –
het groen fleurt op, een witte kwikstaart fluit.

En ik sta aan het hek en mag ervaren
dat de natuur soms los lijkt van de tijd:
zij wil zich in het heden openbaren

in vormen die zij voor mijn oog bereidt.
Het zonlicht speelt op zachtgestemde snaren
en raakt mijn ziel met tegenwoordigheid.