Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

winterleed

De winter staat me zo ontzettend tegen
Ik ben het pokkenweer al maanden zat
Vanavond kwam ik thuis, verkleumd en nat
Want sneeuwt het niet, dan is er mist of regen

Ook heb ik gister ernstig kou gevat
Ik haat de vorst, de onbestrooide wegen
Al twee keer heb ik op mijn gat gelegen
Want ook de stoepen zijn gevaarlijk glad

Ik woonde vele jaren op Bonaire
Mijn ouders zijn de armoe daar ontvlucht
Zo werd mijn warme winter een polaire

Voor global warming ben ik niet beducht
Die is het antwoord juist op mijn misère
Dus ik vrees de klimaatdiscussieklucht

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Buiten roken





De oude vrouw staat voor het huis te roken,
Je ziet het puntje van haar sigaret.
Daarbinnen geldt haar dochters stalen wet.
Op naleving wordt consciëntieus gelet.
Dat zij naar buiten moet, heeft haar gestoken.

De oude vrouw staat voor het huis te roken.
Haar dochter heeft het eten opgezet.
Het kleinste kind moet zo meteen naar bed.
Daarbinnen worden lampen aangestoken.

De oude vrouw staat voor het huis te roken.
’t Is bijna afgelopen met de pret.
Ze heeft al haast een tweede opgestoken.

De oude vrouw staat voor het huis te roken,
maar nu heeft zij het pakje weggestoken.