Kees Stip
WikimediaCommons
 
De engel leek een vrouw met vlerken op
De rug; ze kwam stil bij hem neergedaald
- Ooit zeker inspiratie voor een fop –
Beduidde hem met zachte schouderklop
Dat hij, de oude bard, werd opgehaald
 
Hij wachtte aan de hemelpoort, bepaald
Niet kort; het paradijs wordt vast een flop
Voor mij, al heb ik nooit door schuld gefaald,
Dacht Stip gebelgd, naar zonde nooit getaald
De sleutelwaarder krijgt straks op zijn kop
 
Ik bleef lang uit, ik moet me excuseren,
Sprak Petrus, maar ik heb, als fan van u,
Eerst thuis uw werk gehaald en vraag u nu
Of u dat - liefst met opdracht - wilt signeren
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De tocht

Elfstedentocht2
Wikimedia Commons
 
Des winters werd het water weleens hard
Dan riepen ze van Dokkum tot Stavoren:
‘Mirakels, kiek eens oan it het gevroren’
En gingen op hun doorlopers van start
 
Omdat de tocht der tochten zou verjaren
Zaten 4 krasse knarren bij Matthijs
Nostalgisch te oreren over ijs
Hoe handig ze met transplantaties waren
 
En over kluuntapijten in een loods
En dat het dikwijls maar één dooidag scheelde
Zo sfeervol begeleid door oude beelden
Van helletochten door het land des doods
 
De grijze kop gerimpeld en gelooid
Een zachte gloed van heimwee en verlangen
Ze weigerden dat hoofd te laten hangen
Maar Driek had al voorspeld: ‘Die tocht komt nooit.’