Een goed idee, zo’n drankkast op je steen!
Een sleuteltje kreeg ieder van mijn vrinden.
’t Zijn Zeeuwen, zuinig, dus is iedereen
voor gratis schnaps hier nog een tijd te vinden.

Dacht ik. Maar nee, ’t zijn happers, een voor een:
wel zelden zag men drank zo snel verzwinden!
Al na een dag lag ik weer, doodalleen
in rust en stilte vredig te ontbinden.

Doodstil en doodalleen? O neen.
Vertroostend ruisen boven me de linden
en aanspraak heb ik hier van menigeen
die, net als mij, geen zon meer zal verblinden.

In geur van heiligheid stierf deez’ en geen.
En ik ging, ach, in geur van jajem heen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Jij en ik





Jij vindt het in de vroegste lentewei.
Jij zou het willen schreeuwen van de daken
met woorden die mij nimmer zullen raken.
Het mist in mij.

Jij wilt het dolgraag voor ons allebei.
Jij wijst me dikwijls op je lichtend baken.
Ik vraag je om je pogingen te staken.
Het mist in mij.

Er zit een vreemde moeheid in mijn botten,
alsof ik waden moet door zompe klei
waarin de penen en de piepers rotten.

De avond laat de witte wieven vrij,
die onbekommerd in mijn ziel ravotten.
Het mist in mij.

(niet-genomineerde inzending Willem Wilmink wedstrijd)