Ik sukkel in gedachten melancholisch door de buurt Mijn verzen lopen vast, ik moet mijn zinnen wat verzetten Eens kijken wie hier allemaal een onderkomen huurt
Op 18 woont sinds kort een jonge dichter van sonnetten Ook schrijft hij, naar men zegt, niet onverdienstelijk toneel Die Shakespeare is er eentje om terdege op te letten
Een eindje verderop, daar in dat donkere kasteel Leeft ene Allan Poe, ik vind hem lichtelijk sinister Vernieuwend is hij wel, maar niet waanzinnig commercieel
Daarginds rijdt J.K. Rowling, en die is ook niet van gister Zij heeft al een chauffeur, dus ze verdient een lieve som Bemoedigend, mijn tred wordt als vanzelf een stuk beslister
Wanneer ik bij het schrijven niet op nieuwe woorden kom Loop ik ter inspiratie vaak een writer's blockje om
M'n rechtervoet op het pedaal, m'n beide ogen op de weg. Half slapend druk ik abnormaal m'n rechtervoet op het pedaal. De klap die volgt is kolossaal waarna ik snel het loodje leg, m'n rechtervoet op het pedaal, m'n beide ogen op de weg.
Er liep hier zojuist een banaan door de straat Daar achter twee kersen, precies in de maat En verder een perzik, een appel, een peer Ze hinderden joelend het autoverkeer
Een rel werd geboren, ze riepen heel luid "De fruittax moet lager, te duur is het fruit Het moet veel goedkoper, dat weet ieder mens" Ze staken vervolgens een pruim in de hens
De maat was snel vol, een agent kwam erbij Die riep toen zijn maats en ze keken niet blij Met knuppels werd toen snel de rust weer hersteld De fruitploeg bleef achter, geblutst en ontveld
Die avond: het relletje kwam op teevee De persofficier keek een beetje gedwee Zij sprak van “Het rood voor de ogen, een roes, We sloegen die vruchtenclub bijna tot moes”
Ga nooit over straat in zo’n fruitpromopak Want voor je het door hebt lig jij in de prak
Een groep sardines in Uitgeest ging naar een vrijgezellenfeest. Daar vond er één tot haar geluk een uitermate lekker stuk. Ze kwam hem tegen in de kroeg en had aan één blik al genoeg.
'Verdachte Pierre, hier helpt geen lieve moederen U heeft ons stadje schaamteloos gefopt En alle panden heimelijk verstopt En bovendien liet u de zaak verloederen
Ik spreek hierbij mijn bindend vonnis uit U zet de misdaad op uw winkelruit'
Er wonen leugens in je mond. Elk nieuwsbericht is vals, zeg jij. Jouw waarheid smijt je in het rond vol pathos, spuug en razernij. Wie twijfelt aan jouw woordenbrij en dit laat horen onbevreesd die boet voor deze hovaardij. Je bent het beest!
Je voelt je thuis laag bij de grond, bent erg bekwaam in slanggeglij en wentelt in de verse stront veelal van eigen makelij. Gaat iemand niet voor jou opzij dan treft jouw gif zijn lijf en geest. Je deinst niet terug voor dit karwei. Je bent het beest!
Je bent de leider van een bond, maar ieder lid is jouw lakei. Ze kruipen voor je als een hond en dat maakt jou en hen erg blij. Ze zijn zo graag van de partij. Jou zien en horen is hun feest en jij geniet van kruiperij. Je bent het beest!
Jij prins van sater en harpij, van donderwolken en tempeest, die opbloeit in het hulpgeschrei, je bent het beest!
Copilot
Behalve een ballade is bovenstaand vers ook een z.g. 'mathematrics', een versvorm die zich volledig bezighoudt met de werkelijke lengte van elke regel’.
Een weekend weg van al het stadsgewoel Genieten wij hier weer naar hartelust Van pingpong, poolbiljart en jeu-de-boules Van stoombad, sauna en massagestoel Ons landhuis is uitstekend uitgerust En dat is voor onszelf nu ook het doel
Ze spiegelen de droogte van de grond en lijken in dezelfde vorm gegoten zozeer zelfs dat je denkt dat na ’t ontbloten er tussen beiden geen verschil bestond
Misschien dat ooit de liefde hen verbond toch zijn het eerder lot- dan echtgenoten en houden ze geheimen opgesloten diep binnen hun tot streep getrokken mond
Ooit hadden deze twee elkaar zo lief dat lust hen tot de derde macht verhief alsof ze seks bedreven met hun achten
Nu is de lust een achterhaald idee
en ligt het paar voorgoed gedeeld door twee in eenzaamheid de ochtend af te wachten
Alleen voor buiten heeft hij een rollator Daarin is hij volkomen principieel Al steunt hij tegenwoordig best wel veel Op vensterbanken of een radiator
Hij is altijd een stille observator En blijft op afstand van het personeel Wel heeft hij laatst een borstel met een steel Besteld via de huiscoördinator
Want vragen of ze eens zijn rug wil wassen Aan zusters of een meisje uit de keuken Is waar je momenteel mee op moet passen
Maar denken doet hij wel aan al die leuke Verzorgsters, soms zelfs stiekem bij het plassen En elke nieuwe tijdgeest zal hem jeuken
wanneer je in een winkelstraat de vrouw die voor je loopt haar hoofd ziet draaien om wat etalages in te kijken wat zou jou dat dan zeggen, vroeg mijn maatje onverhoopt
ik zag dit beeld scherp voor me en ik liet wat tijd verstrijken waarschijnlijk om zichzelf te zien, gaf ik als commentaar de waarheid moest iets anders zijn zoals zijn blik liet blijken
het antwoord kon geen ‘mode’ zijn, dat was me zonneklaar de schoonheid die ik voor me zag, keek haast door alle ruiten van opticien tot beddenzaak tot rijwielhandelaar
‘ze kijkt of ze bekeken wordt door jou of je kornuiten’ hij wist dit van zijn nieuwe lief, ik vond het zeer frappant dus ging ik snel de stad in voor ‘die blik’ bij mooie kuiten
daar stond ik hoopvol smachtend, overtuigd van onze band ze zei:ik moet nog naar Jamin, maar liever hand in hand dat statten zit wel goed, wat dacht je van het strand? je achtervolgt me goed, ik haal voor jou een mand je volgt me als een hond, zeg haal je ook de krant? jij vuile viezerik en sloeg met vlakke hand
geïnspireerd door de gedichten op de Amersfoortse winkelruiten
Het duurt niet lang, dan ben ik met pensioen. Dan kan ik heel de wereld rond gaan reizen of jonge vluchtelingen onderwijzen of ervoor kiezen even niets te doen.
Voor mijn ultieme bundel heb ik tijd, met goud op snee en met een rug van linnen. Een prestigieuze prijs kan ik nog winnen. Zelfs de Nobelprijs is een moog'lijkheid.
Ik weet niet wat ik allemaal presteer, maar jonggestorven dichter lukt niet meer.
Gisteren was mijn laatste werkdag, vandaag stort ik mij op het redacteurschap
Het lukt niet op een managersmanier Zo’n lobbertang vraagt om een extra eis Verbeten, zonder al te veel gemier Een puzzel leggen, louter voor de sier Wie gaat er mee op anagrammenreis?
In een lobbertang zijn de slotwoorden van de regels 1 en 5 anagrammen van elkaar
De bardame zag ze en wenkte mij snel: 'Kijk daar nou die schatjes de bar binnen zweven' Ik draaide me om, ze had niet overdreven Een laagje thermiek op de vloer leek het wel
Hij zei: 'ik doe Rechten', zij zei: 'oh vertel!' Zo raakten hun werelden langzaam verweven Ze werden magneten, ze bleven maar kleven Wat keken ze gretig, wat straalden ze fel
Wij voelden de vonken, we volgden het spel Het stond op de deuren en ramen geschreven: Dit afspraakje duurt nog de rest van hun leven En iedereen wist het, behalve dat stel
Zij staarden slechts, stamelden, alles vergetend Een jongen, een meisje, zo heerlijk onwetend
Maarten van Petersen won de publieksprijs van de wedstrijd 'Dichterbij Emiclaer'.
Zijn gedicht zal de komende tijd nog te zien zijn bij The Blueberry, winkelcentrum Emiclaer, Amersfoort.
(Een mooie aanleiding om dit gedicht nogmaals op de voorpagina te plaatsen.)
In januari vroor het in mijn tenen. In februari deed mijn oogkas pijn. In maart verscheen er uitslag op mijn benen. April bleek voor mijn oor niet best te zijn. In mei begon mijn ellenboog te jeuken. In juni voelde ik mijn ruggengraat. In juli gleed ik uit in onze keuken. Augustus was een ramp voor mijn prostaat. September zorgde voor verzwakte darmen. Oktober deed mijn middenrif geen goed. November bracht een schram op beide armen. December was een maand vol pus en bloed.
Nu ben ik niet van nodeloze reuring, maar wachtte mij sinds lange tijd een keuring. De dokter zei meteen bij binnentreden: "Dat is zo al met al een jaar geleden."
De oude scheepskaptein die jarig was Besloot dat heugelijk feit in stijl te vieren Hij schonk aan boord een meer dan stevig glas Tot grote vreugde van zijn officieren
De rest van de bemanning van zijn schuit Werd bij het schenken zeker niet vergeten Dus dronk de crew nog menig glaasje uit De drankvoorraad was daartoe ruim bemeten
Toen plotseling een woeste storm opstak Een windsnelheid van hondervijftig knopen Geen mens die zich het hoofd daarover brak Want iedereen aan boord was straal bezopen
De zwaarste storm sinds jaren juist die dag Maar goed dat ’t schip nog in de haven lag *
Klap (Bout rimé)
’t Was onze ouwe heer die dronken was We stonden in zijn kamer met ons vieren Hij loenste door een vettig brillenglas En sprak als waren wij zijn officieren
“k Heb jullie aangemonsterd op een schuit Zo oud, dat ik haar naam zelfs ben vergeten Dus varen jullie straks het zeegat uit En raak maar zoek, de zee is ruim bemeten”
Mijn oudste broer, die toen een vuist opstak Die vloekte luid met van die grote knopen En met één klap de ploert zijn schedel brak Zoals die ouwe neerging, ‘t was bezopen
We hebben hem in bed gelegd die dag Waar hij nog wekenlang te stinken lag *
Wasbaas ( Bout rimé )
Met afschuw keek hij naar die stapel was Hij kon de teugel nooit eens laten vieren Er draaide achter ’t wasmachineglas De hemden van zijn baas en officieren
Het washok in de diepte van de schuit Dat hok zou hij de liefste maar vergeten Hij trapte liefst die tussenwand er uit De wasserij was akelig krap bemeten
Terwijl hij nog maar weer een peuk opstak Zag hij een jas, die miste een paar knopen Hij keek eens goed of er nog meer ontbrak Die lui gingen tekeer, dat was bezopen
Hij zuchtte luid, maar morgen weer een dag Hij sliep al voor hij in zijn hangmat lag
De onderste twee gedichten zijn bouts-rimés naar aanleiding van Bas Boekelo's eerste gedicht op het forum. Hij zette daarmee een nieuwe trend op het forum, namelijk die van de BR's. Binnenkort meer voorbeelden van het forum en lbekijk de informatie die Jaap van den Born, de BR-deskundige van Nederland over dit bijzondere principe heeft verzameld. Kijk nu al voor fraaie voorbeelden op het forum.