Wat is dit moeilijk zeg
Dichten in dactyli
Er is die eis die mij
Steevast weer nekt
 
Hoe ik ook spit in mijn
Vocabularium
Elke keer blijkt
Regel zes incorrect
 
Houtworm
Copilot
 
Een houtworm uit Klazienaveen
Vrat zich door alle stoelen heen
Hij at het bed op en de kast
Maar werd onaangenaam verrast
Door aan het eind van zijn parcours
Te stikken in een visgraatvloer
 
Luilekkerland
Copilot
 
Geen mens die nooit eens watertandt
voor pudding, snoep of limonade.
We leven in luilekkerland
omringd door koek en chocolade.
 
Er wordt met etenswaar geknoeid
want overal gaat zoetstof bij.
Het leger suikerzieken groeit
door sluwe volksverlekkerij.
 

 

Op een blinde vink
 
Een blinde vink, Fred uit Terbeken
Vroeg: helpt u mij met oversteken?
De vogel naast hem deed geen fluit
Die stak geen poot of vleugel uit
Wist Fred veel wie er naast hem stond
Een dove kwartel uit Roermond
 
~Maarten van Petersen
 
Op een dove kwartel
 
Een dove kwartel uit Roermond
liep altijd luidkeels zingend rond
Hij werd daardoor – geheel ontsteld –
het lijdend voorwerp van geweld
Wie gaf die klap in zijn gezicht?
Een boze slavink uit Maastricht
 
~Christian Goijaarts
 
Op een boze slavink
 
Een boze slavink uit Maastricht
heeft laatst een knokploeg opgericht
Die engerds sluipen rond bij nacht
en gooien dronkaards in de gracht
Wie roept daar: ‘Help me op de kant’?
Een pimpelmees uit Engeland
 
~Judy Elfferich
 
Op een pimpelmees
 
Een pimpelmees uit Engeland
vindt wereldreizen heel plezant
zo vliegt hij graag van hot naar her
en regelmatig mijlenver
om met zijn beste vriend te proosten
een hummus uit het Midden-Oosten
 
~Louise Dorren
 
Op een hummus
 
Een hummus uit het Midden-Oosten
was laatst onmogelijk te troosten
Hij sprak: Wat ben ik uit mijn hum
want steeds als ik een wijsje drum
wordt dat door haar abrupt verstoord:
een plofkip uit de Brugse Poort
 
~Wim Gabriels
 
Op een plofkip
 
Een plofkip uit de Brugse Poort
Was zeer gegrepen door Het Woord
En riep: voordat ik in de hel
Terechtkom zonder veer en vel
Kraai ik drie keer, wie doet mij na?
Een haan op weg naar Golgotha
 
~Ben Hoogland
 
Op een haan
 
Een haan op weg naar Golgotha
Liep zijn cloaca achterna
En heeft gevonden wat hij zocht
De reden voor zijn pelgrimstocht
Ze wierp een wulpse blik naar hem
Een wipkip uit Jeruzalem
 
~Nando Leydes
 
Op een wipkip
 
Een wipkip uit Jeruzalem
Aanbad het kruis: van haar, van hem
Zij scharrelde met iedereen
maar miste diepgang en verdween
Ze ging op reis en vond aldaar
Een Afrikaanse scharrelaar
 
~JW Goedhart
 
Op een Afrikaanse scharrelaar
 
Een Afrikaanse scharrelaar
legt ’s zondags met een hoop misbaar
een scharrelei van zuiver goud
dat steevast gauw weer wordt geklauwd
Wie doet zoiets? ’t Is ongehoord!
Een goudplevier uit Amersfoort
 
~Christian Goijaarts
 
Op een goudplevier
 
Een goudplevier uit Amersfoort
Werd door een virus uitgemoord
De vinkentering deed de rest
Daaroverheen de vogelpest
´Waar zijn toch al die vogels heen?´
Zo sprak een varken uit Eesveen
 
~JW Goedhart
 
Op een varken
 
Zo sprak een varken uit Eesveen:
Haast alle vogels gingen heen
Van wipkip, hummus tot de haan
Slechts eentje bleef op aarde staan
Wie kon er weer niet oversteken?
Die blinde vink, Fred uit Terbeken
 
~Maarten van Petersen
 
blinde vink
Copilot
 
Wat eerst begon als een enkel versje ontspon zich na amper enkele dagen tot 's werelds eerste Trijntjefoppenkrans.
 
kamasutracommons.wikimedia.org
Pixabay
 
Een pater in de Oriënt
die op de markt een kraam bemant,
toont magazines, frivool, pikant;
veel seks in zijn assortiment.
Nu hoor je steeds in stad en land:
‘Ken jij de missionarisstand?’

 

Let jij eens op je woorden schat
Wat is er met mijn woorden
Het gaat me om je woordenschat
En wat me daarin stoorde
 
Nou als ik zo jóuw woorden schat
Let éven op je woorden
ik wil met jou geen woorden schat
Doe ik of ik niks hoorde
 
kruischr
Cliparts.co
 
Jij zette door ons huwelijk een kruis.
Misschien moet ik er niet te zwaar aan tillen.
We hadden op de lijn al eerder ruis
en leken niet hetzelfde meer te willen.
 
Nooit waren wij zo zwoel als op de buis
waar passie heerst die amper is te stillen.
Jij zette door ons huwelijk een kruis.
Misschien moet ik er niet te zwaar aan tillen.
 
Je was niet echt het zonnetje in huis,
had altijd wel een appeltje te schillen.
Nu sta je onophoudelijk te gillen.
Jij wilt de wasmachine en de kluis?
Misschien moet ik er niet te zwaar aan tillen.
 
Dit is toch godvergeten
Hetgeen ik nu hier lees
Mijn lijf begint te zweten
Ik ben een zenuwpees
Graag had ik aangezeten
Een etentje in space
U mag van mij best weten
(Al ben ik licht obees)
Ik houd van lekker eten
 
Maar ik heb hoogtevrees
 
Nieuwsfeit: Chef-Kok Rasmus Munk biedt diner aan op 30 km hoogte…
 
aardbeichr
Pixabay
 
Twee aardbeien hebben in Megen
bekneld op een fruitschaal gelegen:
een plek onderaan,
vlak naast een banaan,
waar zij te veel peer pressure kregen.
 
poetinvis
Pixabay
 
De oorlogspresident is herverkozen
dit resultaat verrast geen zinnig mens
toch triomfeert hij juichend voor de lens
en hult zichzelf in wierook zonder blozen.
 
Maar Poetin was vooraf al favoriet:
de doden op het slagveld stemden niet.
 
BaukeMaGiK
Vormgeving: Bauke Vermaas
 
Bauke Vermaas uit Zwolle sleepte gister de eerste prijs weg bij de 28e Willem Wilmink dichtwedstrijd in Almelo! 
De verplichte zin dit jaar was afkomstig van gastdichter Rosa Schogt: “of mag ik vrij over de bladzijden bewegen?”
Dit is het sterke, winnende gedicht. 
 
 
BaukeVermaas
Wobke, de weduwe van Willem Wilmink met winnares Bauke Vermaas
 
Op 17 maart was de feestelijke prijsuitreiking van de 28e Willem Wilmink dichtwedstrijd. 
De vijfkoppige jury, met o.a. gastdichter Rosa Schogt, heeft ruim 130 gedichten met de zin “of mag ik vrij over de bladzijden bewegen?” bekeken. Juryvoorzitter Willem van Dooren was blij met de hoeveelheid ingestuurde gedichten en hoe de dichters de zin in hun gedicht verwerkt hadden. De jury heeft een moeilijke taak gehad, maar na een goed overleg zijn er de volgende winnaars uitgekomen:
 
1e prijs Bauke Vermaas, Zwolle
2e prijs Monica Boschman, Gassel
3e prijs Margriet van Bebber, Den Haag
 
De winnaar kreeg naast de dikke dichtbundel van Wilmink een glasobject. 
Net als voorgaande jaren waren er deze editie naast de inzendingen uit Nederland ook veel inzendingen vanuit Vlaanderen.
 
Na een feestelijke middag met oa een optreden met liedjes en gedichten van Rosa Schogt en Marc Nochem zong het Trio 054 liedjes van Willem Wilmink en Harry Bannink. Na de pauze ontvingen 11 winnaars hun prijs in het café van Bibliotheek Almelo. Dit keer waren er voor het eerst 11 winnaars omdat de 10e prijs ex aequo eindigde. Ook dit jaar waren er vele oud-gastdichters aanwezig. 
 
 
De brief, op perkament, lag achter glas in een vitrine.
Geschreven, lang geleden, door een erudiet persoon.
Ik las hem en ik werd terstond getroffen door de toon.
Slinks lichtte ik het glas op, met vrijmoedige routine.
 
Direct kwam een suppoost woest schreeuwend op mij afgelopen.
Hij sloeg me in de boeien, nam me mee naar een kantoor
waar ik werd onderworpen aan een agressief verhoor.
Of ik er met een geldstraf af zou komen mocht ik hopen…
 
Ik vroeg de man: Blijf ik gevangen nu of mag ik vrij?
Over de bladzijden bewegen, enkel met mijn ogen
is naar mijn overtuiging toch geen daad van barbarij.
Ik weet heel goed, die brief vertegenwoordigt een vermogen.
Vergeef me, mijn belangstelling werd plots te groot voor mij
en ik werd als het ware die vitrine in gezogen.
 
Moraal: lijdt u eens bovenmatig aan nieuwsgierigheid,
bevredig die, gehandschoend liefst, alleen, na sluitingstijd.
 
 
Dit is het gedicht dat Bart Adjudant, als een van de genomineerden van de Willem Wilmink Dichtwedstrijd 2024, vanmiddag voordraagt in Almelo. Met dank aan Bart dat Het vrije vers het nu al mag plaatsen!

 

Een kuiken te Lagarde-d'Apt
Is 'magisch' uit haar ei ontsnapt
Men weet niet hoe het jong dit deed
De eierschaal was nog compleet
Ze is in brede kring beroemd
Waar men haar Hen Hoendini noemt

 

bindmiddel
Pixabay
 
 
Kim loopt in poly-, ik in monochroom,
een zwarte outfit, uiterst ingetogen,
zij hult zich in gewaagde regenbogen,
zelfs bij een graf houdt zij zich niet in toom.
 
Zij is een poly-, ik een monoglot,
haar Fins en Farsi moet ik maar gedogen,
ze schept plezier in scherpe dialogen,
zij voert het woord, ikzelf kom niet aan bod.
 
Zij denkt slechts mono-, ik meer polygaam,
aan vrouwen wijd ik mijn gezichtsvermogen,
zij volgt mijn flirtgedrag met argusogen,
toch hebben wij het samen aangenaam.
 
Voor ieder stel bestaat relatieolie,
in ons geval een potje Monopoly.
 
 
Getalenteerde Bach (de arrangeur)
gleed skiënd van een berg af in mineur
De stakker viel waardoor hij op zijn gat lag
Men had nog zo gezegd: Die
Gladbach
 
Jas
Dall-E
 
 
Je vindt het niets dat jij nu bent geboren.
Luidkeels laat jij je ongenoegen horen.
Er wordt voor jou een warme plek gemaakt.
 
Je krijgt een jas om diep in weg te zakken.
 
Het is er warm al ben je verder naakt.
Het leven kan je al iets meer bekoren:
je moeders melk, je zus die je komt storen,
daaraan ben jij al gauw gewend geraakt.
 
Het leven is een jas met diepe zakken.
 
Je wordt verleid er alles in te kwakken,
maar jij kiest voor wat mooi is en verfijnd.
Je laat je af en toe dan wel verlakken
maar mettertijd krijg jij veel moois te pakken,
genoeg om mee te pronken op het eind.
 
 
Vandaag een pi-sonnet omdat... het vandaag pi-dag is.
 
 krans
 Freepik
 
1.
 
Wie schrijft er tegenwoordig nog sonnetten?
Jan-Willem niet, die vindt dat gedateerd.
Die vorm is elitair en te geleerd
en met traditie maakt hij korte metten.
 
De poëzie die híj́ oprecht waardeert
kent regeltjes, bepalingen noch wetten.
Hij kan er echt z’n zinnen in verzetten.
Zijn taal is ruw, bezield, gepassioneerd.
 
Zijn meest recente vers, heet van de naald,
waarin hij onbesuisd zijn woorden kneedde
is welbeschouwd één lang pleidooi voor vrede.
 
Hij heeft er veel succes mee hier ter stede.
Geen mens die nog naar rijm of metrum taalt;
de versvorm staat te boek als achterhaald.
 
2.
 
De versvorm staat te boek als achterhaald
want rijm is voor tevredenen of legen
en nieuwe dichters vinden nieuwe wegen.
Wie thans nog rijmt is hopeloos verdwaald.
 
Men komt ze hier en daar nog wel eens tegen,
hun werk heeft dan bij voorbaat al gefaald.
Rondelen schrijven ze, flets en verschaald,
het 5 decembervers maar net ontstegen.
 
De constante kritiek heeft ons gestaald.
Wij blijven bokkig versvoeten hanteren
om zo ons vakmanschap te etaleren.
 
Hoe heeft het tij zo drastisch kunnen keren?
Het is iets waar de liefhebber van baalt;
er wordt niet naar pentameters getaald.
 
3.
 
Er wordt niet naar pentameters getaald,
waarneembaar metrum lijkt zelfs uit den boze.
Vanavond werd opnieuw voor rap gekozen,
werd spoken word opnieuw van stal gehaald.
 
Eén dichter (één die al een beetje kaalt)
bezong op rijm de geur en kleur van rozen.
Helaas, het was een ietwat bloedeloze
ballade en het boeide niet bepaald.
 
Vormvastheid is een vorm van etiquette
die vastberadenheid vereist en vlijt,
maar die zijn meer en meer een zeldzaamheid.
 
Men vindt zulk werk gezocht en uit de tijd,
een lange reeks herhalingen van zetten.
Men gruwt van vaste vormen en hun wetten.
 
4.
 
Men gruwt van vaste vormen en hun wetten
Zo’n vorm elimineert de poëzie
Wie nu nog rijmt is een poète maudit,
een loser, niet echt waard om op te letten
.
Wie steekt vandaag de dag nog loftrompetten
voor woordenbreierij in bellettrie?
Vermijd vermaledijd rijm à tout prix
gelijk de tegenwoordige vedetten.
 
Denk jij soms dat je eer of faam behaalt
door thans nog zo’n sonnettenkrans te schrijven?
Helaas, je zal ontgoocheld achterblijven.
 
Beslist, ik zeg het zonder overdrijven:
Je hebt voor mij bij voorbaat al gefaald,
zo’n volta, niemand die er nog om maalt
 
5.
 
Zo’n volta, niemand die er nog om maalt.
Een Vondel is al lang en breed begraven.
Het dichten is geen ambacht maar een gave
en woordkeus wordt toch niet door rijm bepaald?
 
Waarom u nu met Shakespeare aan komt draven,
die mastodont waar niemand nog naar taalt,
diens roem is sedert eeuwen al verschraald,
geen mens die zich aan zulk werk nog wil laven.
 
Het tijdperk van de luit en van spinetten
is anno nu toch werkelijk voorbij
en dat geldt evenzeer voor rijmerij
 
zodat er thans alleen nog, volgens mij,
wat wereldvreemde kwezels met toupetten
gedachtenspinsels op een metrum zetten.
 
6.
 
Gedachtenspinsels op een metrum zetten,
geen hedendaags poëet die dat nog doet.
Men prefereert een vormeloze vloed
aan woorden boven heldere coupletten.
 
En heeft een dichter ooit eens toch de moed
te komen met een lai of balladette
dan maakt men met zijn werk meest korte metten
want rijm dient men te mijden, coûte que coûte.
 
Alleen één goedgeklede en kokette
wat oudere, zeer erudiete man
trekt onverschrokken steeds zijn eigen plan;
 
het blijkt dat hij er zelfs van leven kan.
Hij dicht, en niemand zal hem dat beletten,
in rijmende octaven en sextetten.
 
7.
 
In rijmende octaven en sextetten
komt jouw gedachtegoed niet tot z’n recht,
en al begrijp ik heus wel wat je zegt,
je zinnen lopen als marionetten.
 
Je hebt je ziel en zaligheid gelegd
in streven om iets op papier te zetten.
Natuurlijk kan geen mens je dat beletten,
het resultaat vind ik bedroevend slecht.
 
Een ongeschreven dichterswet bepaalt
dat men nu vrije verzen dient te schrijven
en daarbij mag ook jij niet achterblijven.
 
Houd op met zo de dichtkunst te bedrijven.
Je taal is te archaïsch, achterhaald.
Besmuikt wordt er door velen om gesmaald.
 
8.
 
Besmuikt wordt er door velen om gesmaald.
Van jouw gedichten ligt echt niemand wakker.
Je wordt toch vaak gezien als rare knakker
die eeuwenoude kunstjes stug herhaalt.
 
Men noemt je vaak een gedateerde stakker,
een vent die niet naar noviteiten taalt
maar nuffig met zijn rijmproductie praalt
en slechts één boek bezit, dat van Jaap Bakker.
 
Toch heb je soms ook wel succes gescoord.
Er was oprecht respect voor jouw talenten,
bewondering zelfs, ook van recensenten.
 
Volop genoot je dan van die momenten.
Al komt het voor dat men er zich aan stoort,
toch wordt het klinkdicht soms nog wel gehoord.
 
9.
 
Toch wordt het klinkdicht soms nog wel gehoord,
want waar men eerlijk ambacht kan waarderen
en rijm en metrum immer nog charmeren
daar leeft die versvorm onuitroeibaar voort.
 
Natuurlijk zijn er mensen, meestal heren,
die vinden dat de vorm de inhoud stoort,
maar wie jou zo hautain de grond in boort
die moet het zelf maar eens een keer proberen.
 
De vele verzen die je hebt geschreven
zijn van een excellente makelij.
Geen spoor van sleetsheid noch beunhazerij.
 
Jij blijft van nieuwerwetsigheden vrij
want een poëet als jij komt pas tot leven
waar aandacht voor het ambacht is gebleven.
 
10.
 
Waar aandacht voor het ambacht is gebleven
daar wordt een goed sonnet nog gewaardeerd.
De vorm dient minutieus gerespecteerd,
poëtisch maatwerk is des dichters streven.
 
En denk nou niet: dat doe ik dan wel even
want haast en nonchalance zijn verkeerd.
Een vers is als een vat gedestilleerd:
het rijpt wanneer er tijd aan wordt gegeven.
 
Het onderwerp, banaal of juist verheven,
en hoe je je gevoel daarbij verwoordt
bepalen of je met je vers bekoort.
 
Jij schrijft geïnspireerd en vlijtig voort,
zo houd je de sonnettenkunst in leven.
Die veertien regels zullen nimmer sneven.
 
11.
 
Die veertien regels zullen nimmer sneven.
Wanneer jij op je zolderkamer zit
en desperaat om inspiratie bidt
dan zet je door, trouwhartig aan je streven.
 
Blijft nu en dan het scherm wat langer wit,
je wordt niet tot vertwijfeling gedreven.
Nooit zal je je aan drankzucht overgeven
al zit je in de dichterlijke shit.
 
Nu worden woorden aan elkaar geweven.
Jouw muzen zingen weer het hoogste lied.
Je schrijft en schrijft, en twijfels heb je niet.
 
Je sluit voldaan je ogen en je ziet
in kapitalen op de wand geschreven:
DE ARS POETICA ZAL OVERLEVEN!
 
12.
 
De Ars Poetica zal overleven,
daar zorgen dichters zoals jij wel voor
want wars van elke trend schrijf jij stug door.
Je rijmt correct, dat is een hard gegeven.
 
Het klinkdicht, waaraan jij je hart verloor
is jou als dichter op het lijf geschreven
en dat is niet onopgemerkt gebleven.
Jouw werk vindt hier en daar een willig oor.
 
Maar er is wel iets waar men zich aan stoort;
jouw verzen passen echt niet in het heden.
Jij schrijft gewoon als honderd jaar geleden.
 
Het spijt me, maar ik vraag je onversneden:
Schrijf jij nou nooit eens iets wat ons bekoort?
Eén fraaie zin? Eén welgekozen woord?
 
13.
 
Een fraaie zin? Een welgekozen woord?
Hoe ga ik dat in vredesnaam bereiken?
Het mag voor u misschien eenvoudig lijken,
ik ben niet van het creatieve soort.
 
Ik denk dat ik het vaantje maar zal strijken.
Met mijn ambities in de kiem gesmoord
gooi ik mijn destinatie overboord,
ik wil niet onder deze druk bezwijken.
 
Het is een teleurstellend slotakkoord.
Ik kan me niet veroorloven te falen
want die triomf misgun ik mijn rivalen.
 
Het best kan ik mijn vers terug gaan halen
want een sonnet dat niet is hoe het hoort
leeft in gedachten soms nog jaren voort.
 
14.
 
Leeft in gedachten soms nog jaren voort?
Mijn vers? Ik zou daar een fortuin voor geven!
Ja, als ik dat toch ooit eens mag beleven…
Maar ik heb nimmer zo’n succes gescoord.
 
Een fraai correct sonnet, dat is het streven.
Het is als dansen op het slappe koord;
als ik de boel niet adequaat verwoord
dan wordt dat er bij mij flink ingewreven.
 
Toch zal mij dat het schrijven niet beletten
want ik kan eigenwijs zijn, nu en dan.
Ik doe gewoon mijn ding zolang ik kan.
 
Kritiek noch hoon weerhouden mij ervan
de kernvraag hier eens zwart op wit te zetten:
Wie schrijft er tegenwoordig nog sonnetten?
 
M.
 
Wie schrijft er tegenwoordig nog sonnetten?
De versvorm staat te boek als achterhaald.
Er wordt niet naar pentameters getaald,
men gruwt van vaste vormen en hun wetten.
 
Zo’n volta, niemand die er nog om maalt.
Gedachtenspinsels op een metrum zetten
in rijmende octaven en sextetten,
besmuikt wordt er door velen om gesmaald.
 
Toch wordt het klinkdicht soms nog wel gehoord
waar aandacht voor het ambacht is gebleven.
Die veertien regels zullen nimmer sneven.
 
De Ars Poetica zal overleven.
Een fraaie zin, een welgekozen woord
leeft in gedachten soms nog jaren voort 
 

Op 3 maart plaatsten we al eerder het sonnet ‘Wie schrijft er tegenwoordig nog sonnetten?’ van Bart Adjudant op onze voorpagina. Dat sonnet bleek het meestersonnet te zijn van een heuse sonnettenkrans die wij u hierbij dan ook niet wilden onthouden.

1.000.000.000.000
 
Biljoen - je kunt er het Journaal mee vullen
Het blijft gewoon een één met heel veel nullen
Zo uitgeschreven signaleer ik iets:
Naast elke rijke staan er twaalf met niets
 
Dorp
Copilot
 
Thuis heb ik nog een ansichtkaart
Waarop een vrouw een zesling baart
In Snackbar De Gebraden Hen
Daar zijn die koters ook verwekt
Toen de serveerster werd gedekt
Door de gebroeders Van der Ven
 
Dit dorp, vol ontucht en geweld
Waar men uit woede of om geld
Elkaar de kop insloeg met keien
Het zuipt en vecht en pompt maar door
Verzandt, verkloot en gaat teloor
Tussen de lege boerderijen
 
En als ik thuiskwam bij mijn vader
En hem het tuinpad op zag gaan
Waar hij zich flink liep op te vreten
Wist ik al dat hij weer ging slaan
 
Wat leefden we eenvoudig toen
We deden alles voor de poen
Naar lijken werd niet vaak gedregd
Maar blijkbaar leefden we verkeerd
Want ik werd steeds gearresteerd
En was dan vaak voor maanden weg
 
Mijn pa was regelmatig pissed
Als er een lading werd gemist
En hij weer dealers moest gaan lozen
Dan moest hij langs bij Tante Mien
Dat kostte klanten in de scene
En ducttape en kartonnen dozen
 
En als ik vrijkwam en mijn vader
Alleen het tuinpad op zag gaan
En hij ontzettend liep te zweten
Wist ik al dat hij weer zou slaan
 
De dorpsjeugd zit nu bij elkaar
Met sosa, speed en klittend haar
En slikt heel veel wat ik niet ken
Ik tel al jaren niet meer mee
Voor mij dus geen 3-MMC
Ik denk dat ik zo’n boomer ben
 
Ik heb hun moeders nog verwend
Met hero in een partytent
Ik heb hun vaders laten springen
Die tijd van toen is nu voorbij
En alles wat er blijft voor mij:
Een ansicht en herinneringen
 
En vaak struin ik nog langs mijn vader
Die ik het tuinpad op zag gaan
Hij was al blind en kon niet weten
Dat ik een keer terug zou slaan
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Op een zwaan (lobberfop)

Zwaan
Pixabay
 
Een dwarse zwaan in Langereis
stelt voor haar broedsel deze eis:
geen schoonmaak met speciale gel,
maar enkel sop van Ariel,
waarmee haar hulp, een grauwe gans,
zich suf poetst voor wat eierglans.