
Gedachte
Als ik een dier mocht zijn en ik kon kiezen
Wou ik van mijn soort graag de laatste zijn
Te sterven deed me dan geen centje pijn
Want ik kon enkel nog mezelf verliezen

Gedachte
Als ik een dier mocht zijn en ik kon kiezen
Wou ik van mijn soort graag de laatste zijn
Te sterven deed me dan geen centje pijn
Want ik kon enkel nog mezelf verliezen
Ik roep de naam van Willem-Alexander.
Ik zucht en steun, ik zeg een kort gedicht:
‘O, houden van elkander, nooit een ander…’
Seconden later is de Daad verricht.
Daar zit de Prins-Gemaal. Een waterlander
Glijdt triest van zijn Madame Tussaud-gezicht.
(uit: Zo klinkt dus weggesmeten geld, uitgeverij Mouria)