Je bent een werkbij, zoemen mijn gedachten.
Een poets- en wasvrouw, en een keukenmeid
die nooit eens opvalt door afwezigheid,
want ja, het vele werk dat kan niet wachten

Bij mij is altijd alles fris en schoon.
Manlief zal dat met blij gemoed beamen.
Mooi Truus, maar doe je morgen weer de ramen,
die regen he, zegt hij vanaf zijn troon.

In mijn gedachten spookt nu een godin.
Och dame, zegt ze, het is toch een schande,
kijk eens naar uw gekloofde ruwe handen.
Zeg géén oké, u bent toch geen slavin.

Want zij die met de speer vertrouwd was, Truus;
Zij droeg jouw naam en maakte nooit excuus.



Bout-Rimé op het Schoonmaaksonnet van Inge Boulonois

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Demento mori

opa
Flickr.com
 
Hij merkt niet meer dat hij zich steeds vergist
zijn zieke hersens zijn niet meer te spoelen
geen mens zal weten wat hij nog kan voelen
hij huilt als hij weer in zijn luier pist
 
Van binnen botst hij tegen vage mist
van buiten tegen deuren, tafels, stoelen
hij snapt niet meer wat anderen bedoelen
zit naast zijn levensweg als bermtoerist
 
Twee jochies rennen dartel om hem heen
behendig soepel, jong en snel ter been
met stram en oud en dood nog onbekend
 
‘Zeg jij mijn naam eens opa,’ zegt de een
en als de oude stil blijft, klinkt meteen:
‘Wat ben jij dom! Ik weet wel wie jíj bent!’