cemetery
 
De klokken luiden, afscheid wordt genomen
Een korte plechtigheid, een vers, een lied
De gang naar ‘t kerkhof, nee, die is er niet
Ik zie de stoet vertrekken langs de bomen
 
De oude zerken staan hier schots en scheef
En ook de houten kruizen, half vergaan
Waarop al lang de namen niet meer staan
Daar weer en wind ze langzaamaan verdreef.
 
De lege plekken met de hoge grassen
Vertellen dat de tijd veranderd is.
Men kiest voor rouwmis noch begrafenis
Maar gaat in vlammen op om te verassen.
 
Ik fluit als ik het stille hof verlaat
Heel zacht de cemetery blues op straat.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Pinksteren



Haast dertig graden! Zon zuigt mij naar buiten
Vurrukkulluk dit zomerwarme weer
Natuur is in majeur aan ’t flierefluiten
En brengt me in een jubelende sfeer!

Mijn mond krult automatisch tot een lach
De rozen, sprongen die nu eensklaps open?
Ik neurie Op een mooie pinksterdag 
Op weg naar ’t park; ik ga een flink eind lopen

De jeugd joelt rond, ik mag er graag naar kijken
Zo mooi, zo glad en rimpelloos hun huid
Al weet ik dat je niet moet vergelijken:
De mijne ziet er wel héél anders uit

Een jonge blom in shorts geeft mij het spleen
Ik zucht: ach, had ik nog maar één zo’n been! 

Roemrucht in de televisiegeschiedenis is een live commentaar van Godfried Bomans. Hij werd in oktober 1963 benaderd voor de Edison-uitreiking van het Grand Gala du Disque. Een van de optredende artiesten was Marlene Dietrich. Bomans vertelde een anekdote die eindigde met het beroemd geworden citaat (van 'een heel oud mannetje' dat naast hem in de bioscoop zat): "Had mijn vrouw maar één zo’n been".