Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



De zelfbenoemde poëzie-elite
Vond hem als dichter maar van laag allooi
Zijn rijmkunst, in haar ogen, was geklooi
Waarop zij van haar toren uit kon schieten.

Ik denk niet dat het hem echt kon verdrieten
Dat men hem in die toren zag als prooi.
Hij deed naar die eliteplek geen gooi
En ging er ook het liefst niet op visite.

Hij kon van strakke vormen juist genieten
En wilde zijn gedachten in de plooi
Van sonnettettes en sonnetten gieten

Ik houd voor hem een welgemeend pleidooi
Want hij behoorde tot mijn favorieten.
Ik vind zijn verzen ‘Onverwoestbaar mooi’.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Uit de nalatenschap van Herman J. Claeys: Horseblues

Een paard dat moe van paardenwerk
Zich eens wat wou verzetten dacht:
Ik ga de paardenbloemetjes
Eens duchtig buitenzetten!

Het ging een paardendancing binnen,
Koos fluks een aardig merriejong
En greep het bij haar paardenmiddel
En danste menig paardensprong.

En toen dat paard, vermoeid van 't dansen
Tevreden aan de tapkast hing
Dronk het wel twintig glazen Horse-ale
Tot het zowaar aan 't lallen ging

Het zong z'n oude lievelingswijsje:
"Daar bij die paardenmolen",
Waarna het hinnikte en zeurde:
"Wie heeft mijn lief gestolen?"

Doch daar zijn liefje was verdwenen
En zijn stabiliteit meteen
Besloot het zonder te betalen
Naar stal te keren, en ging heen.

Maar toen de barhengst protesteerde,
Sloeg het met zeven paardenkracht
Zijn paardenvoet op een der tafels
En brieste tamelijk onzacht:

'Ik vraag mij waarlijk met verbazing
Waar u zulke onzin haalt,
Is het ooit al voorgekomen
Dat een paard zijn drank betaalt?"