Mijn wieg stond destijds in de Waterstraat,
Waar aan een slootje mooie wilgen stonden
En wij, gewoon op straat, nog spelen konden;
Soms was het voetbal, soms ook kattenkwaad.
 
Waar nu zo’n rijtje saaie huizen staat
Lag eens een wei waar paarden zich bevonden,
Met schrikdraad waar wij ons soms aan verwondden.
Die straat was Nederland in zakformaat.
 
Nu komen er steeds auto’s doorgereden,
Je ziet op straat al lang geen spelen meer,
De buurman is inmiddels overleden.
 
Soms als ik voor mijn ouders’ huis parkeer
Verlaat mijn geest voor eventjes het heden
En zie ik weer het straatbeeld van weleer.
 
 

Uit de nieuwe bundel Het leven gaat van A tot Z.  

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Tangram

tangram
 
Ik leg een kerk en een kasteel
een boot, een brug en een kameel
een kip, een kat, een rennend paard
een vrouw met hoed, een man met baard.
 
Zo leg ik, naast het alfabet
ook menig moeilijk silhouet.
 
Ik leg een pauw, een gouden vis
een barones die zwanger is
een pad die op een kikker lijkt
een meid die zielsgelukkig kijkt.
 
Toch maakt die puzzel me steeds boos
ik krijg hem nooit meer in de doos.