Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Als ik mijn ogen sluit zie ik de beelden
Van hoe ze dansend in de Trevi stond
Haar mooie lijf, haar haren lang en blond
En hoe ze daar met Mastroianni speelde

Een scène was het die mij nooit verveelde
Als ik haar ogen zag, haar zwoele mond
En zeker ook haar borsten, vol en rond
Dan droomde ik dat ik haar even streelde

Die droom zal niet meer in vervulling gaan
Al blijf ik munten gooien in het water
Ik zal met haar nooit in de Trevi staan

Ik denk aan haar en hoor fonteingeklater
La Dolce Vita is voor haar gedaan
Dus voor Anita wordt het nooit meer later

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een spiegel een glimp

Zaltbommel voorheen en thans

 
Heb ik bij Bommel echt een brug gezien?
Opeens zag ik een brug. En aan weerszijden
geen pont, die je gewoonlijk daar ziet glijden
als je aan ’t sturen bent. Een tel of tien
dat ik zo stond, aan dek, aan ’t roer geklonken,
mijn koffie koud al in de tussentijd –
laat mij daar ergens uit een andersheid
een beeld ontwaren dat mijn ogen dronken.
 
Een fietsend joch. Zijn wapperende jas
over die brug, terwijl ik aan kwam varen.
Hij stapte af, hij lei een schrift in ’t gras,
 
en wat hij schreef zag ik dat verzen waren.
O, dacht ik, o, dat dat mijn zoon ooit was.
Pom pom, zong ik, mijn hart zal dit bewaren.
 
 
 
Contragedicht
 
Credits prentbriefkaart: F.L. Stehmann, Collectie Gelderland