De weg naar Omsk

De weg naar Omsk kan lang zijn maar er komt een einde aan
Dus op den duur ziet iedereen het plaatsnaambordje staan
En boven bij dat bordje daar hangt ook een soort van doek
Waarop het woordje finish staat, je doet het in je broek

Maar om nog even om te draaien ben je veel te moe
Je strompelt of je kruipt desnoods er uitgeput naartoe
En bij dat doek ontmoet je dan een kerel met een zeis
Die mager is en bovendien behoorlijk eigenwijs

Hij tilt dat scherpe ding terwijl hij grijnslacht dreigend op
Hij heeft geen oren dus al zeur je nog zo aan zijn kop
Je kunt hem niet vermurwen want hij luistert niet naar jou
Hij slaat je vrij hardhandig en je laatste kreet is: “Au!”

Dan kom je in het dodenrijk, daar blijkt het niet echt pluis
Je krijgt er niets te eten en je hebt niet eens een huis
Er is geen bal te doen dus je verveelt je echt kapot
En niemand zegt: “Hallo, wees welkom hier. Ik ben het, god.”

Dit lot dat wacht eenieder, ook wie doctorandus is
Met niemand sluit die kerel met die zeis een compromis
Al kun je aardig rijmen en met taal goed overweg
Ook wie de mooiste teksten schrijft heeft aan het einde pech

Al ben je vijfennegentig en bovendien bekend
Al kom je ook uit Zwitserland en ben je eloquent
Wanneer de zeis gaat zoeven dan gaat zelfs jouw kop eraf
En daarna ben je eeuwig dood, dat blijkt een zware straf

Een schrale troost: op aarde leef je in je teksten voort
Zolang men jouw gedichten leest of liedjes van jou hoort
Zoals het fraaie ‘Dodenrit’ of anders ‘Heen en weer’
Jij komt niet meer terug maar wij genieten elke keer

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Lente

spring
Pexels
 
Het riekt naar lente in het land
Daar in de boom bij ons plantsoen
Schemert het allerprilste groen
Ik ben al wat verbrand
 
Het hoort toch dat ik nu geniet
Die hemelsblauwe schone lucht
De meeuwen in hun felle vlucht
Het is beperkt krediet
 
Een flinterdunne laag geluk
Die in een flits aan flarden scheurt
Van huis en haard en lief gesleurd
Je hele wereld stuk
 
Bij alles wat je kent vandaan
En op een vreemd en kil perron
Met wat er in je armen kon
Want zo snel kan het gaan