Als straks in juni vierentwintig landen
Ten strijde trekken op het veld van eer
Dan zitten wij hier bij de pakken neer
En staan we wekenlang met lege handen

Dat in zo'n zwakke poule ons land toch strandde
En wij niet mogen meedoen deze keer
Doet ons verwende voetbalhart flink zeer
Het voelt een beetje of men ons ontmande

Maar niet getreurd, we komen weer bij zinnen
Een nieuwe ronde brengt een nieuwe kans
Om op sportief gebied een prijs te winnen

Want Dumoulin wint vast de Tour de France
En Dafne sleept twee gouden plakken binnen
Dan voelen wij ons zeker weer meer mans 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Zeemansliedje

Ik bad er dikwijls om maar werd nooit bader –
een kinderklomp is zomaar nog geen schoener –
ik was des duivels maar toch zelden Moener
dan hij die droogte treft als ware wader.

Bij welke daden noemt men mij een doener?
Wat deed ik ooit om door te gaan als dader?
Dè daad, roept u, maar nee, aan mij geen vader
wat dat betreft ben ik toch meer een zoener.

En bij het water zat ik aan het kader
maar trof het slecht, mijn maat was een lauwloener
en lachte als een echte ha-ha-hader.

Toch werd de prille lente stilaan groener
en vloeide mij de Eden door de ader:
ik waande mij Jan Pieterszoon, maar koener.