Het sneeuwde, er viel hagel, koude regen
En tussendoor scheen af en toe de zon
De weergod kende nauwelijks pardon
Voor renners fietsend over Waalse wegen

Ze klommen, daalden, hadden vaak wind tegen
Dus steeds vermoeider werd het peloton
Al koersend richting Luik, het eindstation
Waar 'onze' Woutje sprintte naar de zege

We stonden met een groep op de Redoute
En zagen in de hagel hem passeren
Hij reed alert, we zeiden: "Wout is goed"

Maar dat hij echt in Luik zou triomferen
Had niemand van ons negental vermoed
En bracht ons stuk voor stuk in hoger sferen

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

I.M. Christina Deutekom



Mijn moeder kende haar als Stientje Engel
Een schoolvriendin uit de Spaarndammerstraat
Het kind dat altijd zong van vroeg tot laat
Tot buren riepen ‘stop met dat gejengel’

Wat lessen in het operettekoor
De zangclub van de buurtvereniging
Een internationale vriendenkring
De eerste hoge C, Christien zong door

Nét dertig start haar primadonnaleven
Die Zauberflöte, Königin der Nacht
Ze kreeg de hele wereld in haar macht
Maar was ‘gelukkig zo gewoon gebleven’

Nu zingt ze solo in de hemelkoren
Zó hoog dat wij haar niet meer kunnen horen