Ik was haar schat, zij was mijn bruid,
De toekomst zag er romig uit.
Maar toen ik voor het altaar stond
Was ik alleen: zij dween, zij zwond.

Eens vormden wij een trouw gespan,
Ik was haar vrouw en zij mijn man,
Maar niets is nog zoals voorheen
Want driewerf ach! Zij zwond, zij dween

Zij was mijn afgod, mijn idool
- Hoewel een ietsje te frivool -
Ik smacht naar haar zo menig stond,
Maar 't is voorbij: zij dween, zij zwond.

Hij wiens verloofde dwijnt of zwindt
Ofschoon hij haar verwoed bemint,
Kwijnt weg in troosteloos geween
En huilt gefnuikt: zij zwond, zij dween!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Maretak

maretak
Foto: Pixabay
 
Hij wordt als boom- of lijmkruid aangeduid
Als heksennest, hamspoen en - voor het rijm -
Ook holster, duivelsgras en vogellijm
Ja, zelfs als viscus, hulster, mattekruid
 
Voor slangentong en raamsch heb ik een zwak
En verder noem ik priemst en duivelsnest
Met mistel, kersterhout en voor de rest
Nog haamsjeut, mistletoe en maretak
 
U vraagt me, nu ik me heb uitgeput
Waarmee ik weer het snelst wordt opgepept
Omdat u wel compassie met me hebt
 
Uw dank is welkom, geeft me nieuwe fut
Toch is een gouden snoeimes meer van nut
Daarbij, het Gallisch toverdrankrecept