omslagMandarijn2
 
In mei 2012 zette Katja Bruning, destijds moderator van Het vrije vers, een sonnet van Jan Hanlo op het forum, waar Kees Koelewijn op reageerde met een soortgelijk sonnet. In feite was dat gericht aan de dienaar die sprekend opgevoerd wordt in het sonnet, maar Katja vatte het op als bedoeld voor de in het gedicht genoemde schoonzoon en antwoordde in diens naam.
Zo kwam een poëtisch steekspel op gang dat enige weken duurde en plaats vond op het forum van Het vrije vers en daar gevolgd werd door de andere leden en vergezeld werd van wederzijds en andermans commentaar. Als hommage aan Kees en Katja, gewaardeerde medewerkers aan het forum en als extra cadeautje om het tienjarig bestaan te vieren van Het vrije vers krijgen jullie bofkonten dit gedenkwaardige steekspel als gratis e-book. Alleen bij de eerste twee gedichten staat onderaan de naam van de maker vermeld, daarna is het om en om en dat moeten jullie zelf maar bijhouden.
 
Als bonus een selectie aan het slot van het forumcommentaar, waarin de totstandkoming van deze Chinese vertelling, waarin sporen zijn te vinden van zowel Ernest Bramah als rechter Gulik, op de voet gevolgd kan worden. Inclusief leerzame inzichten in de Chinese poëzie en de werkwijze van vertalers.
Dat dat vertalen uit het Chinees een makkie is, zoals Kees hier beweert moet als een boutade van Kees gezien worden, het is niet zo simpel en vergt jaren studie. Ik zeg het maar even, dat jullie niet denken dat Paul Damen, de grootste literaire bedrieger van deze eeuw, die dat ook zegt en geloofd wordt door alle literaire mogols van de vaderlandse pers, hier gelijk heeft.

Jaap van den Born
 

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De ark van Noach



Mijn hoeven zijn dan weliswaar gespleten,
maar omdat ik mijn voedsel niet herkauw,
mag geen gelovig mens mijn lichaam eten.
Daarbij, ik heb te veel in drek gezeten.
Zo’n modder wroetend beest, wie eet dat nou?

Dus hoor ik tot de kaste der onreinen.
De ark bevat daarvan één paar, niet meer.
Het is wel zielig voor de andere zwijnen,
die zullen van de aardbodem verdwijnen,
maar met mijn zeug ben ik een blije beer.

De reine beesten zijn met zeven paren.
Veel runderen en schapen heb je hier.
Dat heeft bij nader inzien veel bezwaren:
de rammen willen met één ooi slechts paren.
en zeven koeien vechten om één stier.

Ik lig hier met de moeder aller zeugen.
Ze ligt wellustig bij haar liefste beer.
Die onverwachte boottocht zal ons heugen:
we houden van elkaar met volle teugen
en als het even kan gaan we tekeer.

In onze tweezaamheid drijft niemand wiggen,
maar Noach haalt ons dikwijls uit elkaar.
Zijn ark is veel te klein voor extra biggen.
Dus zegt hij dat wij rustig moeten liggen,
maar daar staat onze varkenskop niet naar.

De nieuwe wereld kent nog geen gezinnen
behalve ons, de trotse pap en mam.
Wij wroeters zijn gereed om te ontginnen.
De drooggevallen aarde laat ons binnen.
Droog stonden ook de stier, de bok, de ram.