Het Satansevangelie 
Jaap van den Born
44 pagina's
Verhaal in verzen.
Het vrije vers ebook 



In het ons bekende universum heerst, zoals bekend, al lange tijd een strijd tussen het Licht en het Duister met ons, mensen, als inzet. God en Satan doen allebei hun uiterste best zieltjes te winnen en in de propaganda-oorlog die zij voeren ligt God duidelijk oneindig ver voor.
De christelijke kerk heeft miljarden leden en de satanskerk stelt maar bitter weinig voor en zelfs die paar leden staan bloot aan de vuigste verdachtmakingen van christelijke kant.

God heeft zijn programma vast laten leggen in een wereldwijd verspreid boek en de satanisten kunnen daar niets tegenover stellen; de zogenaamde ‘Satansbijbel’ van Delavey bestaat uit wartaal en plagiaat.
Mensen die kennis willen nemen van het standpunt van Satan zijn aangewezen op de karikatuur hiervan in de christelijke geschriften.
Zeker in deze dagen worden wij weer overspoeld met hun propaganda en het leek ons niet meer dan fair dan dat nu eindelijk eens de tegenpartij een kans krijgt háár standpunten naar voren te brengen.

In het kader van hoor en wederhoor heeft de redactie van Het vrije vers, zonder overigens zelf partij te trekken in deze kwestie, haar kolommen dan ook opengesteld voor Satan en je vindt hier als speciale kerstspecial als gratis e-boek (alweer een gratis e-boek van Het vrije vers!) Het Satansevangelie.

Een boek dat de zaak eens van de andere kant bekijkt en een verrassend en onthullend licht werpt op het kerstkindje!


Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Speciaal voor de Gedichtenweek



De Nimmermerel


Mistroostig valt de avond
en sip verschijnt de maan;
ze moet nog veertien nachten
maar vindt er niks meer aan.

Een ijverige dichter
doolt peinzend door het park.
Soms struikelt hij over een schaduw,
soms trapt hij in een hark.

Soms staat hij stil en luistert
en proeft de atmosfeer…
Dan klinkt in ’t schemerduister
een droef gekwinkeleer.

Wie zingt daar in die pijnboom,
onwerelds mooi en triest?
De dichter pakt zijn zakdoek,
hij hikt, hij snikt, hij niest.

Wat ruist daar langs de takken,
wat druipt er in zijn nek?
Bijziend kijkt hij naar boven,
ziet slechts een vage vlek.

‘O maan! Jij doet me denken
aan mijn vriendin Aleid:
dat grillige, dat fletse,
die ongenaakbaarheid.

Ik stuurde haar sonnetten,
zij reageerde stug.
Zal ooit haar hart ontdooien,
zie ik haar ooit terug?’

Iets dwarrelt naar beneden,
het is een zwarte veer.
Iets ritselt in de boomtop
en fluistert: ‘Nimmermeer.’