JongeAlver
Wikimedia Commons
 
Er zaten eens drie eendjes
Tezamen op een tak
Hun oom is wel herkenbaar
Aan zijn matrozenpak
 
Ze zaten daar te vissen
De waterspiegel vlak
Totdat een vis ging bijten
De lijn van Kwak stond strak
 
Hij kwaakte van genoegen
Maar ach, de hengel brak
De vraag was welke vis toch
Ontketende die krak
 
Het bleek al snel een alver
Die hier een stokje stak
Voor al te groot vooruitzicht
Op borden vissenprak
 
Het beestje zwom verbeten
Maar werd al vrij snel zwak
Zo'n halve hengel slepen
Dat gaat niet met gemak
 
Dus Kwak sprong in het meertje
Zwom als een maniak
Zo pakte hij het visje
Dat blubde: "Waddefak"
 
Nadat de vis onthaakt was
Nam hij het woord en sprak
En gaf aldus de visser
Van onder uit de zak:
 
"Koop eerst goed spul, jij peteend
Of heb je daaraan lak?
Naast dokteren, is vissen
Geen hobby, maar een vak!"
 
Wat is, mijn beste kinders
Moraal van deze bak?
Laat u niet in met alvers
Vooral niet die van Kwak!
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Voorlopige kennisgeving

Jolijn stond als een windhaan in het leven
Ze brak zich over elke scheet het hoofd,
Een zoekster die haar leven lang bleef zweven
En niemand haar vertrouwen dorst te geven

Hoe ik me ook voor haar heb uitgesloofd
Het jawoord heeft ze dertig jaar vermeden
Al waren wij een keer bijkans verloofd
Wat haar haast van haar zinnen heeft beroofd

Soms had zij liefst haar polsen doorgesneden
Ofschoon ze ook wel honderd jaar werd graag
Die kans hoort nu voorgoed tot het verleden
Want zij is domweg van de trap gegleden

Begraven of cremeren, is mijn vraag…
U hoort het morgen, of misschien vandaag



Frits Criens: 'Wat een toeval dat gedicht van Maarten Beemster. In mijn bundel die komend voorjaar bij de Contrabas verschijnt, staat een sonnet met nagenoeg dezelfde clou. De titel van de bundel wordt hoogstwaarschijnlijk: Zo’n plastuit lijkt mij ideaal. '