Natuurlijk ik weer, ik ben steeds de klos

 

                    De baas zei nu meteen en zonder dralen

                    Ik pak de sleutels van mijn sleutelbos

                    Ontsluit met vakmanschap mijn stalen ros

                    Waarna ik trappend door de straten cross

                    Ik moet een boodschap doen en mag niet falen

                    Al blijk ik na een poosje te verdwalen

                    Ik ben nu eenmaal niet zo'n slimme vos

 

                    Natuurlijk ik weer, ik ben steeds de klos

 

                    De dag zit toch al vol met noodsignalen

                    Mijn veter zat vandaag al dikwijls los

                    Mijn wiel dat draait, hoor ik herhaalde malen

                    Maar ik fiets verder zonder blik of blos:

                    Ik moet een ladder voor de plint gaan halen

                

                   Natuurlijk ik weer, ik ben steeds de klos

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Berend Botje (een zeemansliedje)



Geertruida Botje was een pinnig vals secreet.
Van haar mocht Berend nimmer met zijn boot uit varen,
ondanks het feit dat hij verknocht was aan de baren,
wat hem uit weemoed overmatig drinken deed.

Een frisse zeebries speelde nooit eens door zijn haar,
noch zag hij springende dolfijnen voor de boeg.
Zo kwijnde Berend Botje weg van jaar tot jaar
al aan de bruine toog van een Zuidlaarder kroeg.

Zijn leven, slechts gedomineerd door kwel en leed,
zo bovenmatig dat het haast niet was te dragen,
viel hem het zwaarst op zonbeschenen zomerdagen
als oostenwind met vlagen over 't water gleed.

Een frisse zeebries speelde nooit eens door zijn haar,
noch zag hij springende dolfijnen voor de boeg.
Zo kwijnde Berend Botje weg van jaar tot jaar
al aan de bruine toog van een Zuidlaarder kroeg.

Doch op een dag heeft hij zijn laarzen aangetrokken,
zijn bootje met een mast en zeiltje opgetuigd.
Bij 't keren van het tij is hij alleen vertrokken;
zijn vrouw Geertruida heeft hem zelfs niet uitgewuifd.
Hij zeilde klaar en plat voor 't lapje ongereefd
naar Mokum waar hij nu als Shantyzanger leeft.

In rook en dranklucht, steeds een neutje voor de boeg,
zingt hij zijn liedjes over botters en galjoenen
van acht uur 's avonds tot de kleine uurtjes vroeg
al aan de bruine toog in een Zeedijker kroeg.