De Rationalisten                              
Benedict de Spinoza  1632 – 1677

Maar één substantie – God of de natuur –
Kent zeer veel attributen, waar de mens
Slechts uitbreiding en denken kan bestrijken

Natuur of God is Oorzaak zonder grens
Begrip zal altijd naar de einder wijken
En uit het oogpunt van de Eeuwigheid

Bestaan geen kwaad of zondige praktijken
Wij weten niets van Gods totaliteit
En missen inzicht: God blijft steeds obscuur‘

Obscuur?’ sprak God, ‘Ik snap niks van Spinoza:
Wat schrijft die man verduiveld moeilijk proza!’


Schreef de Ethica ordine geometrica demonstrata (ethiek gedemonstreerd in geometrische orde) wat algemeen als een moeilijk boek beschouwd wordt.
Er is slechts één substantie met een oneindig aantal attributen dat we God of de natuur kunnen noemen. De eindige mens kent er maar twee: uitbreiding en denken. Lichaam en geest zijn niet meer dan twee manieren om de werkelijkheid te bekijken. In deze werkelijkheid (oneindig, zijn eigen oorzaak en volmaakt) is geen ruimte voor onafhankelijke causale handelingen van de mens die hier slechts onderdeel van uitmaakt: de mens is zich bewust van zijn handelingen maar niet bewust van de oorzaken. Het enige individuele is het universum als geheel. Het zich hiervan bewust worden is een bevrijding van onwetendheid over de eigen ware aard. Sub specie aeternitis (in het licht van de eeuwigheid) bestaat geen kwaad. Wat kwaad lijkt, lijkt dat daar we inzicht missen om het geheel te zien: dat alles een noodzakelijk deel uitmaakt van de goddelijke werkelijkheid.

Uit: Dat peinst en piekert maar

 





Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

In memoriam Heinz Polzer 3

Een ander gemeenschappelijk trekje met zijn opa was de liefde voor Indië/Indonesië, waar Heinz acht jaren werkzaam was voor Lintas, het reclamebureau van Unilever en waar hij tot zijn dood met heimwee aan terugdacht.
In zijn laatste jaren miste hij die tropenjaren  hartstochtelijk en getuigde hij regelmatig van zijn afkeer van het Hollandse klimaat, herinneringen ophalend aan het  gezelschap van tjiktjaks en aan de avondlijke geluiden uit de kampong.
En kreteksigaretten rokend.
Grootvader Van Kol was ook jaren werkzaam in Indië als ingenieur en trok zich daar  het lot aan van de inlander.
Later, als Kamerlid verzette hij zich woedend tegen de oorlog in Atjeh en het hele anti-koloniale programma van de SDAP kwam uit zijn koker.


Tekening Albert Hahn

Hij trok door Indië, onrecht noterend en mensen ondervragend en kwam op zijn inspectie zo  ook in Atjeh, waar hij een persoonlijke waardering voor Van Heutz ontwikkelde, omdat hij die als tegenpool, maar eerlijk man herkende, die hem openlijk toegang verleende tot alle archieven.
Dit, in tegenstelling tot Colijn, met wie hij later in felle discussies verwikkeld zou raken over Indië in de Kamer.
Dit alles leidde tot een eindeloze stroom publicaties en pamfletten (ook veel reisverhalen, want het reizen rond de wereld was ook een trek die grootvader en kleinzoon gemeen hadden), waardoor een oeuvre tot stand kwam dat zijn kleinzoon in kastlengte zou evenaren met zijn gedichten en liedjes.
Voor de aanleg of belangstelling voor de poëzie moeten we echter niet bij opa, maar o.a. oma van Kol zijn, een eveneens opmerkelijke vrouw, die haar eigen carrière als dichteres en (kinder)verhalenschrijfster had.



Nelly van Kol-Poreij  huwde van Kol in 1883 en was eveneens socialiste en voorvechtster van vrouwenrechten.
De opvoeding had haar speciale belangstelling; ze publiceerde als eerste een boek over seksuele voorlichting voor kinderen. Ook over tal van andere sociale en politieke onderwerpen roerde zij haar pen geducht

Onder de naam NELLIE redigeerde ze het kindertijdschrift Ons blaadje, waarin ze verhaaltjes en versjes schreef en daarnaast talloze kinderboeken en bewerkingen van sagen.
In 1886 ging ze met haar man naar Zwitserland waar haar dochter Lili geboren werd, de moeder van Heinz.
Rond de eeuwwisseling kreeg ze steeds meer twijfels over het socialisme en zocht eerst haar heil in het spiritisme en de theosofie, waarna ze zich bekeerde tot de Hervormde Kerk en een aantal vrome dichtbundels afscheidde.

Ook Henri van Kol legde, hoewel hij strijdbaar socialist bleef, aan het eind van zijn leven een ongezonde belangstelling aan de dag voor de theosofie, het spiritisme en wichelroedelopen.
In een voorwoord bij de in 1895 verschenen brochure Onze Aarde zij een Paradijs schrijft hij: “Het socialistisch beginsel bleef ik trouw, het doel van mijn leven en werken bleef ongewijzigd, al kwam er verandering in enkele mijner meeningen. Zoo is mijn geloof in de mogelijkheid en doelmatigheid eener gewelddadige revolutie verzwakt; onderging mijn overtuiging inzake godsdienst ingrijpende verandering”.
Sinds 1913 leefde hij gescheiden van zijn vrouw en in 1919, het geboortejaar van Heinz, ging hij samenwonen met de Japanse Otawa Tomi.




De afkeer van Heinz van  idealen en de cynische blik waarmee hij zaken als spiritisme, theosofie, anthroposofie, christendom  en andere vormen van bijgeloof bekeek lijken, evenals zijn eigenzinnige houding in het leven, in dit alles (en ook, zoals we zullen zien, de opvattingen van zijn vader en grootvader van vaders kant) een oorsprong te vinden.
In persoonlijke brieven noemde hij zich een vrijdenker, maar vond een vrijdenkersvereniging een contradictio in terminus.
In 1925 overleed Henri van Kol aan de gevolgen van een ongelukkige val, Nellie stierf vijf jaar later.

(Wordt vervolgd)