waar was je, Dood, toen ik je nodig had
als joch van tien tot God daarboven bad
je alstublieft nog deze nacht te sturen
een eind te maken aan mijn droeve uren

de hemel, daar zou niets dan vreugde zijn
dat wist ik vast, al was ik nog zo klein
mijn oudste broer had dat zo vaak gezegd
de dag nog voor zijn sterven uitgelegd

en, Dood, waar was je al die zwarte dagen
waarop de pijn te groot was voor mijn brein
waarop ik echt mijn wanhoop niet kon dragen

en waarom maak je, nu het leven lacht
de zon er dag en nacht wel lijkt te zijn
zo zonder mededogen op mij jacht?

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het vagijntje



Door velen wordt ze aangeduid als zijnde het flamoesje,
dat klinkt aanmerk’lijk aardiger dan botweg klamme dot.
Of bruter nog: dan spreekt men van een kleffe druipsteengrot.
Veel vriendelijker is dan toch weer muisje dan wel poesje.

Hans Teeuwen houdt het op een natte la of zure sloot.
Eenvoudig als hij is noemt Youp van ’t Hek haar domweg kut.
Het ergste aller namen is beslist het woordje put,
dat past voor nog geen meter bij dit prachtig stukje schoot.

Ach, welke naam men haar ook geeft mij kan het niet veel
schelen.
Punani, schacht of schede, mossel, mösje, toefje, trut
of pruimpje, preutje, roosje, sneetje, oester dan wel frut,
‘k vind alles goed als ik er af en toe maar een mag strelen.

En hoe ze ook gekleed gaat, in een slip dan wel een stringetje,
ik vind haar sinds ik minnekoos het allerliefste dingetje.