De Knoertendoder schaamt zich dood.
Zijn konen kleuren purperrood
want hij heeft heel wat uit te leggen.
Hij durft het bijna niet te zeggen:
zijn levenswerk bleef onvolvoerd,
nog nimmer doodde hij een Knoert.

Zijn opa heeft hem indertijd
niet onsuccesvol opgeleid
met knots en slinger, bijl en blijde.
Helaas was bij diens overlijden
één kwestie nog onaangeroerd:
waaraan herkennen wij een Knoert?

Hij heeft een Gippel gif gevoerd,
een Polk geplet, een Murk gemoerd;
zelfs kraakte hij diverse Krangen –
het werd met hoongelach ontvangen.
Zo heeft hij jaren aangeklooid
en Knoerten doden deed hij nooit.

Net toen hij dacht: ’t zit me tot hier!
ontmoette hij een wijfjesdier
wier zoete zang hem zo ontroerde
dat hij haar vloerde en ontvoerde.
De bruid bleek Stoere Doerian,
de laatste Knoert van Knoertistan.

Nu strijdt zijn liefde met zijn trots:
nog steeds ligt onder ’t bed die knots…
In weerzinwekkend woeste dromen
weet hij zich soms niet in te tomen
en kleuren lakens purperrood.
‘De schat!’ zingt zij. ‘Hij schaamt zich dood.’

 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De ark van Noach



Mijn hoeven zijn dan weliswaar gespleten,
maar omdat ik mijn voedsel niet herkauw,
mag geen gelovig mens mijn lichaam eten.
Daarbij, ik heb te veel in drek gezeten.
Zo’n modder wroetend beest, wie eet dat nou?

Dus hoor ik tot de kaste der onreinen.
De ark bevat daarvan één paar, niet meer.
Het is wel zielig voor de andere zwijnen,
die zullen van de aardbodem verdwijnen,
maar met mijn zeug ben ik een blije beer.

De reine beesten zijn met zeven paren.
Veel runderen en schapen heb je hier.
Dat heeft bij nader inzien veel bezwaren:
de rammen willen met één ooi slechts paren.
en zeven koeien vechten om één stier.

Ik lig hier met de moeder aller zeugen.
Ze ligt wellustig bij haar liefste beer.
Die onverwachte boottocht zal ons heugen:
we houden van elkaar met volle teugen
en als het even kan gaan we tekeer.

In onze tweezaamheid drijft niemand wiggen,
maar Noach haalt ons dikwijls uit elkaar.
Zijn ark is veel te klein voor extra biggen.
Dus zegt hij dat wij rustig moeten liggen,
maar daar staat onze varkenskop niet naar.

De nieuwe wereld kent nog geen gezinnen
behalve ons, de trotse pap en mam.
Wij wroeters zijn gereed om te ontginnen.
De drooggevallen aarde laat ons binnen.
Droog stonden ook de stier, de bok, de ram.