"Mijn jongste zoon is een verstandig kapelaan
Hij weet het antwoord op de meeste levensvragen
In zijn parochie wordt hij op de hand gedragen
Men spreekt hem dagelijks met ~Weleerwaarde~ aan"

"Mijn oudste zoon bestiert de hele kerkprovincie
Hij woont in Utrecht want daar is hij kardinaal
Maar ook in Rome kennen ze hem allemaal
Hij wordt door iedereen begroet met ~Eminentie~"

"Nou, die van mij heeft van die lange paarse haren
En ook een ketting met een hangslot rond zijn strot
Zijn neus en oren zijn gepiercet door ijzerwaren
Als hij voorbij komt stamelt iedereen ~Mijn God~"

 
 
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De kratfuit


(Illustratie Jaap van den Born)

De kratfuit floppert in zijn blootje
of zo u wilt: zijn nakie),
dan zie je dus het hele zootje
(en ik zeg niet: het zakie).

Maar wat is nu zo onverwacht
(tenminste, toch voor mij),
hij heeft er wel een stuk of acht
(van voren, op een rij).

Hij noemt ze zelf zijn flopgestel
(dus floppert hij ermee)
Ze zitten nooit eens in de knel
(ook niet in de puree).

Wat zeg je nu? Bah, dat is vies?
(zo'n kratfuit zonder broek)
Integendeel, hij is heel kies!
(al is zijn broek dan zoek)

Met wandelstok en vlinderstrik
(zo gaat hij steeds op pad),
met milde blik, galante knik
en blóót! (het is me wat...)