Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft





God schiep in den beginne twintig poten aan de slang
Het lijkt wat ruim bemeten maar zo’n beest is aardig lang
Dat aantal bleek noodzakelijk om recht te kunnen staan
En tevens om van 't aardse slijk en modder vrij te gaan

Ook kreeg de slang als enig dier beheersing van de spraak
En wat -ie te vertellen had was af en toe goed raak
Iets minder dan De Jonge of collega Youp van ’t Hek
Toch kwam er slimme taal uit zijn gespleten slangenbek

Maar op een dag toen werd de slang een beetje eigenwijs
Hij smeerde Eef -De Appel- aan in ’t aardse Paradijs
De Heer ontstak in grote toorn, heeft hem de bek gesnoerd
En ook zijn poten afgehakt, dat vond-ie heel beroerd

Sindsdien sleept hij zijn buik door alle aardse gorenis
En van zijn spraak bleef niets dan slechts wat moedeloos gesis

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De mopperkont

 


Wellicht komt het wel door die lange dagen
dat mijn gemoed door treurnis wordt geplaagd
of door de zwoele wind die met zijn vlagen
de laatste wolken uit de hemel jaagt.

De hete zon is haast niet te verdragen
die zengend het verdorde land belaagt
en ook nog die verrekte lange dagen;
’t is logisch dat mijn geest zo wordt geplaagd.

Het buiten zijn is om verbranden vragen
zodat je daar benauwde kleren draagt
en steeds maar weer die eindeloze dagen
waarop mijn geest door treurnis wordt geplaagd.

Voor mij is het beslist geen welbehagen
die rooie kop het is toch geen gezicht,
dat krijg je met die bloedgeslagen dagen;
een flinke onweersbui, dat help wellicht.

Ter voorkoming van misverstanden: dit versje is NIET autobiografisch.