Bedgenoot
Sinds ik op die steiger naar haar floot
Met mijn bronzen bovenlijf ontbloot
Werd zij al snel mijn bedgenoot

Nageslacht
Dat was waar zij enkel maar aan dacht
Daarvan heb ik nu een stuk of acht
Een bedgenoot en nageslacht

Maar ondanks dat grut is mijn Ruth nog steeds een stoot
En mijn jongeheer salueert, o bedgenoot

Bedgenoot
Vrijend tot het vroege morgenrood
Over negen maanden weer een loot
Verslingerd aan mijn bedgenoot
Mm mm mm mm mm mm mm

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Idioom van geluk



MAGIE VAN POËZIE (
Met dank aan Neeltje Maria Min)

Net twintig. Ach, ik voelde me heel wat
en las Voor wie ik liefheb wil ik heten,
een bundel die ik nimmer ben vergeten;
de eerste was het die ik zelf bezat.

Mins verzen koesterde ik als een schat,
ze klonken als geheime hartenkreten
die magisch glansden van een dieper weten.
Ik was nog haast een onbeschreven blad.

Sinds die tijd las ik stapels poëzie
en vroeg me af: zijn er geheime bronnen,
hoe puur is het, dat dichterlijk vermogen?

De waarheid, weet ik nu, dat is magie:
al hebben dichters elke zin verzonnen,
er is geen woord geen letter van gelogen –

 

Dit gedicht van Inge plaatsen we om  haar nieuwe bundel Idioom van geluk te vieren, die gisteren gepresenteerd werd.
In deze bundel, voornamelijk gevuld met vrije verzen, leer je een andere kant van haar dichttalent kennen.
Het vrije vers feliciteert Inge van harte met dit nieuwe werk in het besef dat veel van onze lezers ook van andersoortige poëzie houden.