Een breedbekkikker klaagt in Stroe:
Ik ben al dat gewauwel moe
Het is in onze soort een kwaal
Ze hebben het haast allemaal
Je hoort ze vaak in sloot of vijver
Lang leuteren met grote ijver
Wat dacht je van mijn ome Bob
Zijn slap gebabbel houdt nooit op
Of neem zijn vrouw, mijn tante Toos
Haar beuzelpraat duurt eindeloos
Nog erger is mijn nicht Agaath
Die ratelt door van vroeg tot laat
Hoewel, je kent mijn buurman Bram
Die blinkt weer uit in lang gezwam
En zelfs mijn ouders in de hemel
Verzandden vaak in saai gezemel
Zo'n woordenstroom in volle vaart
Dat zit helaas in onze aard
Op elke oever klinkt geklets
En dikwijls oeverloos gezwets
Daar is maar weinig aan te doen
Ik bof dat ik, zo sprak hij toen,
Er zelf gelukkig niet aan lijd
Die tergende breedsprakigheid
 
breedbekkikker
Copilot
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Thunersee (Zwitsers sonnet)

Ik heb haar bij de Thunersee ontmoet.
We gingen zwemmen in de manegloed.
Daarna zijn wij nog uren blijven praten.
Mijn Google-Translate-Duits was reuzegoed.
 
Ik weet niet meer hoe lang wij daar zo zaten.
Ik hield de tijd totaal niet in de gaten.
Toen stond ze op: "Bis morgen sieben, gut?"
Ze heeft me met een dikke kus verlaten.
 
Mijn hoofd was een tevreden rep-en-roer.
Ik had behoefte over haar te pochen.
Ik zag haar terug om zeven over zeven.
 
Toen heeft ze me de volle laag gegeven:
“ ‘Ich komm’ um sieben’, hast du mir versprochen!
Du bist zu spät! Du brauchst 'ne Schweizer Uhr!"
 
Zwitsers uurwerk
Copilot
 
Gisteren was het 106 jaar geleden dat Drs. P in het Zwitserse Thun werd geboren als Heinz Hermann Polzer. Het Zwitsers sonnet is een van de door hem bedachte versvormen.