Het valt uiteindelijk weer reuze mee
De wereld lijkt veel minder op te warmen
Dus weg met al die nare weeralarmen
Voorlopig gaan we slechts richting de twee

Wel stijgt de zee hooguit zo’n een, twee meter
Komt er steeds minder water uit de kraan
En gaat de hele Veluwe eraan
Want het wordt heel wat hittegolfjes heter

Maar vliegen zal voorlopig nog wel lukken
Je stedentripjes, want men moet er uit
Het is een kniesoor die de noodklok luidt
Totdat je hier zelfs ananas kan plukken

Is er fossiel genoeg om op te stoken
Nog veel meer bossen kunnen omgekapt
En ook naar adem kan nog wel gehapt
Voordat we in ons eigen sop gaan koken

We hebben nog tot eenentwintig honderd
Tot Moeder Aarde zegt: ‘Nu ópgedonderd!’ 
 
ClipartKey 534324 zevende 
ClipartKey.com

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Rid- en runders

César Gezelle zingt:

“’k Zie schapen, witgewold,
’k Zie rid- en runders draven …”
 
Wij gaan voort:
 
’k Zie schapen, witgewold,
’k Zie rid- en runders draven,
’k Zie vo- en vlegels zich
Aan wa- en bitter laven.
Al is de stad ook vol van stu- en decadente’
Die speel- en alcohol
Verkiezen boven lente,
U, boe- en kippen-ren,
U, lust- en korensc-hoven,
U, var- en vlinderken,
U stel ik ver daarboven!
In ’t mooie voorjaarsweer,
Gaan bloe- en ramen open,
’k Zie ieder met een bloem,
Zelfs schoo- met anjers loopen,
’k Zie ei- en beuken staan,
En dreu- en andre musschen.
Wijl lij- (geen vrijsters!) slaan,
’k Zie kro- en meisjes kussen.
En mensch en kunstenaars
Zij dragen en zij eten
Veel flam- en waterbaars,
Bij ’t hij-, zij-, zwijgend zweeten.
Geen pneu- slechts harmonie:
De tweedracht wijkt voor vrede,
De ru- voor poëzie,
Juicht kin- en ouders mede!
Want len- en warmte is daar,
Mijn geest stijgt op, naar boven,
’k Wil nat- en morgenuur
Met vul- en lippen loven!
 
Ter herinnering aan Charivarius (Gerard Nolst Trenité)
20-7-1870 -9—10-1946
Uit: Ruize-rijmen, Uitg. H.D. Tjeenk Willink & Zoon 1922