Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Soldaat, soldaat, soldaat, een hele rij.
Hier schittert en marcheert de bloem der natie.
Al lijkt er in het peloton geen plaatsie,
er past er altijd nog wel eentje bij.

Ze vechten met de waarheid aan hun zij.
Hun uniform toont weerbaarheid en gratie.
Al hebben velen al een decoratie,
er past er altijd nog wel eentje bij.

Dan gaan rebellen in de jungle schieten.
Ze zitten overal, zijn niet te pakken.
De brieven naar het thuisfront blijven blij.

De hitte, koorts, de beten van muskieten.
Veel maten worden afgevoerd in zakken.
Er past er altijd nog wel eentje bij.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Opa



Hij merkt niet meer dat hij zich steeds vergist;
zijn zieke hersens zijn niet meer te spoelen.
Geen mens zal weten wat hij nog kan voelen,
hij huilt als hij weer in zijn luier pist.

Van binnen botst hij tegen vage mist,
van buiten tegen deuren, tafels, stoelen.
Hij snapt niet meer wat anderen bedoelen,
zit naast zijn levensweg als bermtoerist.

Twee jochies rennen dartel om hem heen,
behendig soepel, jong en snel ter been,
met stram en oud en dood nog onbekend.

‘Zeg jij mijn naam eens opa,’ zegt de een.
En als de oude stil blijft, klinkt meteen:
‘Wat ben jij dom! Ik weet wel wie jíj bent!’