Jacob van Schaijk, lezers van Het vrije vers welbekend, heeft zijn eerste bundel het licht laten zien, waarmee wij hem van harte feliciteren.
Het boek bevat hoofdzakelijk vrije verzen, een kwart bestaat uit sonnetten.
Het is geen lichte kost, de lichtegedichtenliefhebber zij gewaarschuwd, maar het is van het niveau dat we hier van hem gewend zijn en de poëzieliefhebber doet geen miskoop aan dit werk, dat meer diepte levert en melancholie, getemperd door zelfspot, dan de bescheiden inleiding doet vermoeden.
Een voorbeeld:

Dom

de avond komt met ongesproken woorden
een mijmering van spijt, intens verdriet
om wat is nagelaten of juist niet
versterkt verlangen dat je vroeger smoorde

want steeds als nieuwe horizonten gloorden
won toch de angst voor dreiging in ’t verschiet
dus dook je weg, een kuiken in het riet
en zag je nooit de zo gedroomde oorden

maar meer nog huiver je om wat gedaan
en wenste allen eenmaal weer te zien
vergeving kunnen krijgen heel misschien

en zo, terwijl de uren verder gaan
vergaat je laatste kans door dit gegrien
een beetje dom, noodlottig bovendien


Jacob van Schaijk, Relicten van een leeg bestaan, 105 pagina’s
Kirjaboek, 2017
ISBN: 978-94-6008-290-0
Rechtstreeks te bestellen bij https://www.kirjaboek.nl/proddetail.asp?prod=boek_3271

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Drs. P overleden 7

De weg naar Omsk

De weg naar Omsk kan lang zijn maar er komt een einde aan
Dus op den duur ziet iedereen het plaatsnaambordje staan
En boven bij dat bordje daar hangt ook een soort van doek
Waarop het woordje finish staat, je doet het in je broek

Maar om nog even om te draaien ben je veel te moe
Je strompelt of je kruipt desnoods er uitgeput naartoe
En bij dat doek ontmoet je dan een kerel met een zeis
Die mager is en bovendien behoorlijk eigenwijs

Hij tilt dat scherpe ding terwijl hij grijnslacht dreigend op
Hij heeft geen oren dus al zeur je nog zo aan zijn kop
Je kunt hem niet vermurwen want hij luistert niet naar jou
Hij slaat je vrij hardhandig en je laatste kreet is: “Au!”

Dan kom je in het dodenrijk, daar blijkt het niet echt pluis
Je krijgt er niets te eten en je hebt niet eens een huis
Er is geen bal te doen dus je verveelt je echt kapot
En niemand zegt: “Hallo, wees welkom hier. Ik ben het, god.”

Dit lot dat wacht eenieder, ook wie doctorandus is
Met niemand sluit die kerel met die zeis een compromis
Al kun je aardig rijmen en met taal goed overweg
Ook wie de mooiste teksten schrijft heeft aan het einde pech

Al ben je vijfennegentig en bovendien bekend
Al kom je ook uit Zwitserland en ben je eloquent
Wanneer de zeis gaat zoeven dan gaat zelfs jouw kop eraf
En daarna ben je eeuwig dood, dat blijkt een zware straf

Een schrale troost: op aarde leef je in je teksten voort
Zolang men jouw gedichten leest of liedjes van jou hoort
Zoals het fraaie ‘Dodenrit’ of anders ‘Heen en weer’
Jij komt niet meer terug maar wij genieten elke keer