De negende editie van de Stadsdichterswedstrijd in Lelystad afgelopen zaterdag (hier een uitgebreid verslag) leverde een bekende tweedeprijswinnaar op: onze eigen vaste In-Memoriamdichter Hans Manders, met een ode aan Nijmegen. Van harte proficiat!




Ode aan mijn studentenstad
 
Nu alle drie mijn kinderen er wonen
Op kamers ginds in mijn studentenstad
Herleeft de mooie tijd die ik er had
En wil ik haar mijn liefde nogmaals tonen.
 
O Nijmegen, ik wil jou graag bekronen.
Al werd dan de relatie ook een LAT
Toch wil ik jou hier laten weten dat
Ik nooit een stad zag die jou kon onttronen.
 
Ik woonde vier jaar lang in Brakkestein
En daarna nog eens vier jaar op drie plekken
Maar zelfs in Dukenburg had ik het fijn.
 
Wat ik toen in die jaren mocht ontdekken
Bleek later steeds een rijke bron te zijn. 
Ik zal nooit echt uit Nijmegen vertrekken.  
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De wind vertelt



hij staat hier klein en eindeloos te wachten
zo deerlijk kwetsbaar blauw – maar hij verbleekt
vaalwitte vogels stalen ooit zijn krachten
de wind vertelt: hier huist een hart dat breekt

zo deerlijk kwetsbaar blauw – maar hij verbleekt
en ik zak altoos dieper in de dagen
de wind vertelt: hier huist een hart dat breekt
hij legt zich neer – ik hoor het zachte klagen

en ik zak altoos dieper in de dagen
er kleeft een datum aan z’n ondergang
hij legt zich neer – ik hoor het zachte klagen
de wind: verlos hem van zijn zwanenzang

er kleeft een datum aan z’n ondergang
vaalwitte vogels stalen ooit zijn krachten
de wind: verlos hem van zijn zwanenzang
hij staat hier klein en nodeloos te wachten