De negende editie van de Stadsdichterswedstrijd in Lelystad afgelopen zaterdag (hier een uitgebreid verslag) leverde een bekende tweedeprijswinnaar op: onze eigen vaste In-Memoriamdichter Hans Manders, met een ode aan Nijmegen. Van harte proficiat!




Ode aan mijn studentenstad
 
Nu alle drie mijn kinderen er wonen
Op kamers ginds in mijn studentenstad
Herleeft de mooie tijd die ik er had
En wil ik haar mijn liefde nogmaals tonen.
 
O Nijmegen, ik wil jou graag bekronen.
Al werd dan de relatie ook een LAT
Toch wil ik jou hier laten weten dat
Ik nooit een stad zag die jou kon onttronen.
 
Ik woonde vier jaar lang in Brakkestein
En daarna nog eens vier jaar op drie plekken
Maar zelfs in Dukenburg had ik het fijn.
 
Wat ik toen in die jaren mocht ontdekken
Bleek later steeds een rijke bron te zijn. 
Ik zal nooit echt uit Nijmegen vertrekken.  
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

God

Mijn jeugd stond in het teken van geloven:
Het draaide altijd om de Heere God,
rechtvaardig heerser over ’t menslijk lot.
Ja, elke voetstap werd bestierd van boven.

Gods Zoon kwam terug vanuit de dodengrot,
nu hoeven wij niet naar de helle-oven.
Niets kon mij van die zekerheid beroven;
onwankelbaar was mijn geloven tot

een vreselijke ruzie ertoe leidde
dat ik besloot om Godloos door te gaan.

Al zat er eerst nog wel wat twijfel bij, de
beslissing heeft mij altijd goed gedaan.

Maar steeds verwacht ik nog te allen tijde
de deurbel en dat God er dan zal staan.




Dit gedicht was bij de beste 8 van de autobiografische sonnettenwedstrijd.