César Gezelle zingt:

“’k Zie schapen, witgewold,
’k Zie rid- en runders draven …”
 
Wij gaan voort:
 
’k Zie schapen, witgewold,
’k Zie rid- en runders draven,
’k Zie vo- en vlegels zich
Aan wa- en bitter laven.
Al is de stad ook vol van stu- en decadente’
Die speel- en alcohol
Verkiezen boven lente,
U, boe- en kippen-ren,
U, lust- en korensc-hoven,
U, var- en vlinderken,
U stel ik ver daarboven!
In ’t mooie voorjaarsweer,
Gaan bloe- en ramen open,
’k Zie ieder met een bloem,
Zelfs schoo- met anjers loopen,
’k Zie ei- en beuken staan,
En dreu- en andre musschen.
Wijl lij- (geen vrijsters!) slaan,
’k Zie kro- en meisjes kussen.
En mensch en kunstenaars
Zij dragen en zij eten
Veel flam- en waterbaars,
Bij ’t hij-, zij-, zwijgend zweeten.
Geen pneu- slechts harmonie:
De tweedracht wijkt voor vrede,
De ru- voor poëzie,
Juicht kin- en ouders mede!
Want len- en warmte is daar,
Mijn geest stijgt op, naar boven,
’k Wil nat- en morgenuur
Met vul- en lippen loven!
 
Ter herinnering aan Charivarius (Gerard Nolst Trenité)
20-7-1870 -9—10-1946
Uit: Ruize-rijmen, Uitg. H.D. Tjeenk Willink & Zoon 1922
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Gemis

God
Flickr.com
 
Ik ben wel God, maar diep in Mijn gedachten
Droom Ik ervan een mens als jij te zijn,
Bekende God me laatst, Ik zou vilein
Uit jachtgenot de laatste panda slachten
 
Ik zou tekeergaan als een dronken zwijn
Voor niets en niemand ooit respect betrachten
De regels van Mijn Kerk zou Ik verkrachten
En lachen met de dienst van brood en wijn
 
Hoe zou het zijn Mij Zelve te verachten
Met leugens, spot, bedrog en schone schijn
Of haat, vernedering en bot venijn:
Ik wil het weten, nu, kan niet meer wachten
 
We ruilen, zei ik, voor een jaar, akkoord?
Sindsdien heb ik van Hem niks meer gehoord