Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Keizerspinguin
Flickr.com
 
De vaders houden op het ijs de wacht.
Een ei, waarop ze kleumend broeden moeten,
rust op hun grote zwarte warme voeten,
een honderdvijftien dagen lange nacht.
 
Er wordt gevast, gezwegen, overdacht
voor welke zonden men ze zo laat boeten.
De drive-in-bioscoop showt noordergloed en
vannacht toont men 'De witte vlokkenjacht'.
 
Met zwarte petjes, grijs gepluisde lijfjes
piepen de kuikens uit het Fabergé.
De zon komt terug en ook uit zee de wijfjes.
 
De mannen, allen half verhongerd, geven
met tegenzin aan haar het nieuwe leven.
Dan strompelen ze honderd mijl naar zee.
 
 
Vandaag herdenken we Patty Scholten die ons twee jaar geleden op deze dag ontviel.
Deze herziene versie komt uit: De tweede ronde – Herfst 2003
De oorspronkelijke versie was eerder te lezen in: Slapen zonder weerga Uitgeverij Atlas 2002
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Als alle mensen (Utrechts sonnet 15)



Als alle mensen eensklaps bloemen waren
Dan vormden wij een grandioos boeket
En hoefden niet van alles te vergaren
We toonden samen slechts een rijk palet

En hoefden niet van alles te vergaren
De reuzenbos gaf elke bloem cachet
Dus vlogen wij elkaar niet in de haren
We stonden als gelijken ingebed

Dus vlogen wij elkaar niet in de haren
We waren hier toevallig neergezet
En hoefden niet van alles te vergaren
We toonden samen slechts een rijk palet

Maar bloemen, nee dat zo kun je ons niet noemen
Tenzij we dat uit alle macht verbloemen


Eerste regel van Leo Vroman