circuspaarden
 
 
We gingen naar het circus in Carré.
Mijn vader smoesde wat bij het loket,
waarna we prompt opzij werden gezet.
Wellicht had hij te weinig centen mee?
 
Een heer, zwaarwegend, maakte zijn entree.
Kneep in mijn wangen, lachte, wenkte met
zijn hand. Een man in rood livrei met pet
kwam aanlopen, zijn pak vol goud lamé.
 
Hij opende de erelogedeuren:
wij waren hier het hooggeëerd publiek.
De wangenknijper bleek de directeur en
 
mijn opa was tot vrijkaartjes in staat.
Uit de orkestbak schalde zijn muziek,
de circuspaarden dansten op zijn maat.
 
 
Patty was van plan een biografie in sonnetten over haar opa Ben Geijsel te publiceren.
Dat is er niet van gekomen.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De tocht

Elfstedentocht2
Wikimedia Commons
 
Des winters werd het water weleens hard
Dan riepen ze van Dokkum tot Stavoren:
‘Mirakels, kiek eens oan it het gevroren’
En gingen op hun doorlopers van start
 
Omdat de tocht der tochten zou verjaren
Zaten 4 krasse knarren bij Matthijs
Nostalgisch te oreren over ijs
Hoe handig ze met transplantaties waren
 
En over kluuntapijten in een loods
En dat het dikwijls maar één dooidag scheelde
Zo sfeervol begeleid door oude beelden
Van helletochten door het land des doods
 
De grijze kop gerimpeld en gelooid
Een zachte gloed van heimwee en verlangen
Ze weigerden dat hoofd te laten hangen
Maar Driek had al voorspeld: ‘Die tocht komt nooit.’