a Wij varen met zijn vieren door de tijd
b Wij, en twee mensen die wij vroeger waren
A1 We zijn de romantiek al jaren kwijt:
B1 Als je niet slaapt dan ben je aan het baren

A1 We zijn de romantiek al jaren kwijt
b Tezamen met mijn laatste wilde haren
A2 We worden oud, vol droefenis en spijt
b En zijn te zuur om iemand nog te sparen

A2 We worden oud, vol droefenis en spijt
b Ik denk dat ik het nu durf te verklaren
A1 We zijn de romantiek al jaren kwijt
B1 Als je niet slaapt dan ben je aan het baren

c Er ligt geen mooie tijd in het verschiet:
c Het is gedaan en beter wordt het niet

(De eerste twee regels van Ingmar Heytze, in zijn vertaling van Shakedinges)

Het gebeurt niet elke dag dat er een nieuwe versvorm wordt bedacht en de meeste sterven in de couveuse, maar deze boreling van Peter Knipmeijer, heeft potentie en we verwachten er meer van. Voor wie niet snapt hoe het werkt zijn de aanwijzingen in de tekst verwerkt (die letters en cijfers vooraan de regel, die bij voordracht onuitgesproken dienen te blijven). 
Het verwerken van een bekend citaat is geen voorschrift, maar wordt wel aangeraden.

Redactie HVV

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Weemoed

Waspik
Wikimedia.Commons
 
O weemoed waaraan Waspik lijdt,
Westhem, Westhoek en Waterscheid,
Weemoed van Woensel, Windeweer,
Van Wilsum, Wouw en Westermeer,
Van Wapenveld en Wemeldinge,
Van Wedde, Weel en Wageningen,
O weemoed om de waterschuwen,
Om jongens die geen meisjes huwen,
Om ’t hoofd waarop geen haar gekamd wordt,
De woning waar geen wig gewamd wordt.
O weemoed om het weerbericht
Om alles wat, niet waterdicht,
Door weer en wind wordt overvallen,
Om feesten die in ’t water vallen,
O weemoed om de weduwen,
Om duwers die niet meeduwen,
Om herders die hun vee schuwen,
Om wallen die geen vijand weren,
En dijken die geen water keren.
En weemoed om het worstenvel,
Om wat er niet en wat er wel
In worstenvellen wordt gedaan.
O weemoed om het werwaarts gaan.
En weemoed om de wederhelft
Die zich verdrinken wou in Delft.
O weemoed om de watertoevoer,
Om Willemsvaart en Willemsorde,
Om wezens die niet wijzer worden,
Om witte- en om tarwebrood,
Om heel de wijde wereldkloot.
O weemoed om het wederzien,
Om wachten en niet langer wachten
Op wat door andren werd ontvreemd
En wat zij nimmer wederbrachten.
O weemoed, weemoed boven al
Om wat er van ons worden zal,
Om al wat was en wat zal wezen
En waarvan niets ons zal genezen.
 
Ter nagedachtenis aan Daan Zonderland (Daan van der Vat)
15-08-1909 – 05-08-1977
Uit: Er zwom een garnaal door het Kattegat – Uitg. Bert Bakker 2007