manladder
WikiMediaCommons
 
Er stond een ladder op mijn pad
Ik liep er zomaar tegenaan
Kon amper op mijn benen staan
Ik was, beken ik, ladderzat
 
Dus nam ik plaats en rustte wat
Ik staarde glazig naar de maan
En was een beetje aangedaan
Toen ik daar op die ladder zat
 
Ik gleed eraf want hij was glad
Er kraaide ergens ver een haan
De hoogste tijd naar huis te gaan
Want ook was ik die ladder zat
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Dèr Mouw incorporated

IK ZOU wel willen schrijven als Dèr Mouw
maar ‘k ben ietsist en duld geen keukenvrouw
Lief doet aan Happinez en borstvergroten
geen spoortje eelt belaagt haar poez’le poten

 

Ik zorg voor centen, schone was - en maaltijd:

z0 zij iets yin-en-yangerigs bereidt
dan spoed ik mij naar snackbars in de stad
om bier, kroket en dubbele patat

’k Ontdoe het huis van kakkerlak en muis
de tuin van rotjeugd, buurtpoes, slak en luis 
En als mijn beauty tracht me te bekoren

stil ik mijn rijm- en maatzucht naar behoren
Ons bindt, Dèr Mouw, dit onbevatt’lijk Zijn 

’t genot is eender, eender ook de pijn