Ik wacht tot mijn vriendin weer bij mij op de stoep zal staan
Het was nog middag toen wij zwijgend in de kamer stonden
Ik lig in bed, ik lees een strip, mijn leeslamp die staat aan
Ik tel al sinds het twaalf uur is geworden de seconden
Ze vroeg me, is er iets, ik zei, wat zou er moeten zijn dan?
en hoopte dat zij zeggen zou wat ik niet had gezegd
Ze lachte en ik lachte terug, daar had het alle schijn van,
Ze wierp me nog een handkus toe, ik dacht: ze meent het echt

Ze duwt me van zich af wanneer de wereld aan haar trekt
en houdt me vast zodra diezelfde wereld haar laat vallen
Ik doe precies hetzelfde, alles aan ons huisje lekt
Een lijden lijd je nooit alleen, je deelt het met z'n allen

Ze heeft me net gebeld, ze neemt vannacht de laatste trein
Ik antwoord alsof ik gezond heb tussen zonnebloemen
Mijn god, wat ga ik ver om niet alleen te hoeven zijn,
Of is dat wat de mensen, als het goed gaat, liefde noemen?
Nee, liefde is een dier, onzichtbaar groeiend langs een meetlat,
En pas als het volgroeid is toont het zich als leeuw of schaap
We moeten praten, zou ik moeten zeggen, maar ik weet dat
als zij in bed kruipt en me kust, ik doe alsof ik slaap

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Brommers kiek’n

brommer
 
Zij was de slimste van de klas
Dat hij te laat kwam leek hem kras
Maar onderweg moest hij niet stranden
 
Al spoedig trok hij een grimas
Zijn Kreidler bleek kapoerias
Die was niet meer vooruit te branden
 
Een goed idee ontstond alras
Hij wist vrij snel met haar en face
In een WhatsAppcall te belanden
 
Haar technisch inzicht kwam van pas:
Een warmgelopen aandrijfas
Maar koeling was er niet voorhanden
 
Zij adviseerde: doe een plas
Hij pieste uiteraard preças
En zo kwam hij weer in de banden
 
Hij gaf het oude lijk vol gas
En proefde toen hij bij haar was
Haar spitse tong tussen zijn tanden