Ik worstel me een doorgang naar de hekken
De kinderen gaan moeizaam aan de kant
Het gonst, de drukte hier is van de gekke
De moeders om me heen staan blij te kwekken
Mijn verse kleurplaat klem ik in mijn want 

Er is iets met de stoomboot aan de hand
Mijn buurvrouw heeft wat speculaas te snacken
Het urenlange wachten schept een band
Maar dan, Hoera, hij is weer in het land!
Waarna we allemaal naar huis vertrekken
 
Daar sta ik bij de intocht van de Sint
Het is de natte droom van ieder kind
Maar ik kan enkel en alleen maar denken
Dat ik het op tv veel leuker vind

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Reiger


Foto Henk Adema

In eigen tuin wil men geen buren zien,
dus wordt de schutting hoog gelijk een toren.
Wel is men zeer gespitst of men misschien
iets ruiken kan, of – liever nog – iets horen.

Een enkeling kan zijn nieuwsgierigheid
niet meer bedwingen, klimt naar ’t zolderraam, waar
hij heel soms in de hoogste zomertijd
een glimp opvangt van buurvrouws zonnend schaamhaar.

De reiger die zijn nek bespiedend buigt,
aanschouwt vanaf de nok het binnenleven.
De vrouw van nummer vijf wordt afgetuigd,
omdat zij slapen bleef op nummer zeven.

Het doet hem niets, want zijn verstilde ijver
geldt enkel gouden flitsen in de vijver.