
Werkzaam in ‘t buitenland
Twee Italianen (klein)
Hadden het niet meer
Zo goed naar hun zin
Want het onstuimige
Napolitanenbloed
Deed hen steeds hunkeren
Naar hun vriendin

“Neen aan het wereldse!
Eén en al hoerigheid
Schennis en geldhonger
Net een bordeel
Zelfs onze vredige
Kantklosserijsector...
Goed dat ik God heb
Al helpt Hij niet veel”