Sonnetten bij de tijd2
 
Er hangen nog wat uitgezakte slingers,
wat licht verkleurde ballen bij elkaar
en langzaam glipt het grijs geworden jaar
welhaast onopgemerkt door onze vingers.
 
Een sproetje op de neus van het heelal,
meer zijn we niet. Een bosje elektroden.
En wie proberen om de tijd te doden,
ontdekken dat de tijd hen doden zal.
 
Een jaar voorbij, ons draadje op z'n dunst,
de dans naar morgen, bidden, zwijgen, praten
en danken voor de gratie en de gunst
 
van wat ons wacht, het liefhebben, het haten.
De eeuwenoude leerschool van de kunst
om wat je wilt omarmen, los te laten.
 
Uit Rikkert Zuiderveld: Sonnetten bij de tijd (Ark Media, 2022)
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Trage Beer

Mijn vader verloor 's winters zijn verstand.
Als 't ijs op het kanaal was te vertrouwen
Bond hij meteen mijn schoenen met wat touwen
Aan ijzers met een houten bovenkant.

Je moet verdomme glijden en niet sjouwen
Riep hij me toe, maar ik bewoog onthand
En wankelde wat rond door niemandsland,
Een trage beer met ingepakte klauwen.

Als vroeg mislukte koudefront soldaat
Besloot ik toen voorgoed te deserteren,
Zo'n ijsvloer is een bodem van verraad.

Hoewel ook warme grond me tegen staat
Sinds ik ontdekte dat men trage beren
Leert dansen op een gloeiend hete plaat.