Ik zit op het namiddagstrand
wat moe en vadsig bij te komen.
Daar komt over het hete zand
een wezen uit zeer stoute dromen.

Een vlotte tred, een slank postuur,
een strakke broek, goudblonde haren,
een topje... ach mijn smeulend vuur
laait op en komt niet tot bedaren.

Vooral niet als met zwoele lach
zij rechtstreeks naar me toe komt lopen
en ik heel hitsig peins: oh mag
ik dan tóch op dat wonder hopen?

Ik voel me als ze voor me staat
heel opgewonden, warm en blij.
Ze zegt: ‘Wat fijn dat ik je zie…’
tegen een knul vlak achter mij.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Multatuli

Al velen hebben zich hierin vergist
Maar Multatuli was koloniaal
Hij wilde de regénten wel bestrijden

En deed dat ook in uiterst fraaie taal:
Het ging hem om zijn eer en om het lijden
Van een bevolking die zwaar werd geknecht 

Die wilde hij van tirannie bevrijden
Door onderwerping: aan het Hollands recht
Dat daar, dacht hij, zeer node werd gemist 

En echt heel erg misdadig vond hij pas
Dat men niet nóg kolonialer was  

Uit Het pak van Sjaalman: 'Over de misdaden der Europeërs buiten Europa'.