Ze raken  niet, hun speelse twijgen,
beroeren slechts dezelfde lucht.
Doch heen en weer gaat bladgerucht,
een zomer lang zal het niet zwijgen.

In herfstig loof, hoor hoe zij zucht,
de eik ziet haar naar hem toe neigen.
Ofschoon de maanden dagen rijgen,
draagt al haar pogen nimmer vrucht.

Hoe moet zij hem toch overtuigen
- wijl winter door hun kruinen blaast -
om ook een tak naar háár te buigen?

Maar dan schenkt lente hem nieuw blad
en één ervan kust 't blad ernaast
wiens groen komt uit een ander bad!

 

Er bestaat ook een gezongen versie van dit sonnet, te beluisteren op http://veradebrauwer.punt.nl/ 


 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

I.M. Bernlef




Portret Peter B. van Houten


Dag middeleeuwse blinde Friese dichter
Die naadloos letters aan ons toevertrouwde
Waarin we onze eigen metaforen
Weerspiegeld zagen in zijn hanepoten

We keken naar het strikken van een das
Verdwaalden in de kunst van het verliezen
Zag oude schoenen van de dirigent
Verruilen voor een kiezel en een traan

Te weten dat ons brein dit zo vertraagt
Ontbijten in het hart van een orkaan
Gelukkig fruit: de schaal is niet van taal

Noch blindenstok, noch grillige muziek
Wie kijkt zichzelf voortdurend in de rug
De naam bestaat, deinst terug: Ben even weg