Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Vandaag wil ik wel eens wat anders kwijt
dan fraaie woorden en verfijnde zinnen.
Nochtans ga ik geen stoer pleidooi beginnen
voor schuttingtaal, daaraan heb ik het schijt

(pardon, een broertje dood). En tot mijn spijt
wordt er wat afgefucked ('t is géén beminnen!)
en worden muilperen verkocht aan kin en
bakkes, menig smeerlap sneuvelt in de strijd.

Ach kut, 'k help dit sonnet echt naar de kloten
want in het vloeken ben ik niet bedreven
en suggestieve taal is nooit ontsproten

bij 't voelen van mijn harde, stijve pen.
Ik heb nog nooit een geil gedicht geschreven,
misschien dat ik een preutse dichter ben...

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het gedicht


(Caspar David Friedrich, 1835, Herfst)

Hoge bomen aan het water
neigen zwijgend in de wind.

Donk're bossen, wijdse heiden,
liggen stiller, zonder zon.

Regen veegt verstoorde sporen
van de langbegane laan.

Stormen vormen kwade dagen,
kraaien waaien uit hun huid.

Oude houten kromgetrokken
struiken buigen tot de grond.

Grijze zwijnen, samengaande,
zoeken voedsel als het kan.

Op de grond, de vele beestjes
zijn verscheiden, afgemat.

Witte vissen onder golven,
in de kilte trager gaand.

Buiten luiden gakgezangen,
tomen vogels trekken weg.

Langverwachte keuren kleuren
maken blaad'ren wondermooi.

Voel de koelte van de nachten,
binnen is het heerlijk weer.

Lekker herfstig zijn de tijden,
witte winter gonst z'n komst.