In
een woud hier ver vandaan
leeft een schepsel, heel alleen.
Hij kan rollen, maar niet staan,
heeft geen been, geen voet, geen teen.

Oh, wat moet hij eenzaam wezen,
deze purperen gingginger,
die niet eens een boek kan lezen
want hij heeft geen hand, geen vinger.

'k Heb zo'n meelij met het dier,
maar dat woud is ver van hier.

Voor zijn achteroverneven
(heel gelijkend, maar wel groen)
die in onze streken leven
kan ik echter wél iets doen!

Hen verzorgen is een pretje,
zie ze soezen in de lommer.

Ik bereid hun vinaigretje
want ik hou zo van komkommer.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Friet met brille (Recensie)

 

Eeuwig zingen de frieten is de aansprekende titel van de nieuwe bundel met light verse van Paul Ilegems (1946).
Een titel die associaties oproept met En eeuwig zingen de bossen, het eerste deel uit de trilogie Het geslacht Bjørndal.
Daar blijft het dan ook bij want het kloeke proza van de Noor Gulbranssens heeft weinig raakvlakken met de sierlijke verskunst van de Belgische plezierdichter.
Wie het fraai vormgegeven boek na bestudering van de titel en het beeldende omslag openslaat, krijgt meteen op de niet genummerde bladzijde 9 uitleg over het woordje 'zingen' uit de titel.
Waarom was het nodig hierboven expliciet te vermelden dat Ilegems een Belg is?
In de eerste plaats omdat hij bij mijn weten de enige is uit zijn land die light verse op het hoogste niveau beoefent.
Verder verschaft zijn Vlaamse woordkeus soms een extra coloriet aan zijn gedichten. Daar komt bij dat tijdens het schrijven van deze recensie bekend werd dat Belgische vrouwen gemiddeld de zwaarste van Europa zijn. De Belgische frietcultuur is een van de verklaringen voor dit treurigstemmende record dat schril contrasteert met de verheerlijking van de friet in de bundel.

Lees meer...