(Illustratie Jaap van den Born)

De kratfuit floppert in zijn blootje
of zo u wilt: zijn nakie),
dan zie je dus het hele zootje
(en ik zeg niet: het zakie).

Maar wat is nu zo onverwacht
(tenminste, toch voor mij),
hij heeft er wel een stuk of acht
(van voren, op een rij).

Hij noemt ze zelf zijn flopgestel
(dus floppert hij ermee)
Ze zitten nooit eens in de knel
(ook niet in de puree).

Wat zeg je nu? Bah, dat is vies?
(zo'n kratfuit zonder broek)
Integendeel, hij is heel kies!
(al is zijn broek dan zoek)

Met wandelstok en vlinderstrik
(zo gaat hij steeds op pad),
met milde blik, galante knik
en blóót! (het is me wat...)



Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Novemberzombie



Het regent en daar komt een zombie,
Weer keert dat monster en belaagt
Het hart tot bloedens toe, alsof die
Geen heimelijke pijnen draagt.

En uit diens kamer, vol met gaten,
Waar dagelijks leven werd verricht,
Gulpt reeds het rode bloed gelaten
Doorheen gekleurd namiddaglicht.

De zombies gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen zombie-erinneringen
En wat beleefd wordt als ie bijt.

Verloren zijn de laatste wegen
Om te ontkomen aan de strijd;
Altijd die zombies, altijd regen,
Altijd dit dode hart, altijd.