De Constanza is bedacht door Connie Marcum Wong en bestaat uit vijf of meer drieregelige, vierjambige strofen.
De eerste regels van alle strofen zijn als een zelfstandig gedicht, in monorijm te lezen, waarbij de overige regels voor de broodnodige verdieping zorgen.
Zeer geschikt voor een serieuze aanpak en om iets moois tot stand te brengen.

 

 

Rijmschema

abb/acc/add/aee/aff enz.


Ik klop de maden van mijn borst
Na jarenlang van stinkend rotten
Zit er weer leven in mijn botten
 
Dat dank ik aan de Vredevorst
Waar die nu weer aan is begonnen?
Hij heeft iets heel bizars verzonnen:
 
Hij heeft voor mij het kruis getorst
Dus lig ik hier tussen de graven
Straks moet ik voor een stunt opdraven
 
Maar dat is mij zo langzaam worst
Ik lig onder mijn steen te rillen
Voel mij tot op het bot verkillen
 
Ik sterf hier langzaam van de dorst
Waarom moet ik twee lange nachten
Hier kleumend op Zijn opstaan wachten?

 

Matth. 27:50-54: 'Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest. Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; na Jezus' opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen.'

(Jaap van den Born, uit: Een reis rond de wereld in 80 versvormen)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Begrafenis

driekstrikkl
"Wat een schrik: Driek is dood"
 
Tien jaar geleden, rond deze tijd. Toen kwam dit sms'je binnen. Van Jan Pieterse. Vrijdag was het, en we stonden op het punt om naar Texel te gaan. Pinksterweekend, Broadway Den Hoorn, huiskamers vullen met lichte gedichten. Lachen om versjes. Maar alle lach was ons op slag vergaan. Driek was dood. Driek! De man met wie we zo vaak hadden opgetreden. Wiens stem we konden dromen. Wiens sonnetten we citeerden. Wiens sigaren we herkenden. De man die me twintig jaar eerder aanmoedigde om ook eens wat werk naar De Tweede Ronde te sturen, "en zeg er maar bij dat het moest van mij."
 
Die middag reden we verdwaasd naar Den Helder. Ik weet nog dat ik onderweg ergens gestopt ben om de radio te woord te staan (was dat bij jou, Bert?), dat ik anderhalf uur over de Hoge Achterom heb gelopen met een verdrietige Kees Torn aan mijn oor, en dat Jan en ik dat weekend, in al onze optredens, een uitgebreide hommage brachten aan de grijzende grootheid uit Groningen. En nog steeds doen we dat wel. Ineens een kwatrijn van Driek serveren. Als smakelijk tussendoortje. Werkt altijd. Driek is in de afgelopen tien jaar allang onsterfelijk gebleken.
 
Een week na Pinksteren werd hij begraven. Onder grote belangstelling. Diezelfde avond schreef ik, een beetje in de stijl van Driek, een sonnet. Dat de volgende ochtend, door Jacques Klöters, prachtig in De Sandwich is voorgelezen. En dat binnenkort in een bundel komt. Driek is niet dood. Hij leeft voort in ons werk.
 
Begrafenis
 
Natuurlijk is er gul en goed gesproken
Het fraaie werk waaruit je zo vaak las
Je onverwoestbaar mooie vlinderdas
Het werd met lof en liefde opgedoken
 
Natuurlijk zijn er flessen aangebroken
En hieven wij op jou een laatste glas
En bleef Het Mooiste Meisje Van De Klas
En nog meer moois door onze hoofden spoken
 
Maar ook zijn er sigaren aangestoken
Omdat jij daar zo’n liefhebber van was
En keken wij, de ogen half geloken
Verzonken in gedachten naar de as
 
Begraven worden, Driek, dat geeft geen pas
Jij had vandaag verdorie moeten róken!
 
 
(Dit gedicht van Frank van Pamelen staat ook in 'Er is light! Tien jaar gebonden' (MijnBestseller, 2020)