‘Een bed?’ vroeg hun de herbergier,
‘Ik heb hier niets en niemendal
alleen een plekje in de stal.’
En weg was hij met bladen bier.

‘Ach, ’t is toch best gezellig hier,
wat maakt het uit’, sprak zij, ‘geen bal.’
‘Hou jij je mond dicht en beval!’
‘zei hij en plette boos een mier.

‘Hé, ezel’, sprak het grootste dier
met luide stem en veel plezier:
‘wat denk je dat het worden zal?’

De vrouw begon te persen: knal!
‘Een meisje!’ riep ze moe, maar fier.
‘Oh nee’, zei hij, ‘daar heb je ’t al!’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Gilbeurt (Tilburgs sonnet)



Het is ook zo’n gedoe om elke morgen
uit bed te stappen met een blij gevoel.
De tegels en de dageraad doen koel
als jij het lome lichaam gaat verzorgen.

Dan het ontbijt en naar de werkplek toe.
De trein is vol; je moet een uur lang staan,
wat mede wordt veroorzaakt door vertraging.

Door die vertraging kom je later aan,
hetgeen je baas beschouwt als een misdraging.
Die pennenlikker maakt je levensmoe.

Je mag naar huis; ’t is tijd voor lijfsbehaging.
Voor de tv zeg je geen ba of boe.
Je slaapt al half, je moet naar bed toe gaan.

Naar bed toe gaan, het is ook zo’n gedoe.