Ik hoef geen erbarmen,
dat voelt te gewichtig.
Toch word ik waanzinnig:
ik ben zo bevangen
door vurige vonken
die stilaan mijn wezen
en zinnen verteren.
Jij lijkt wel geboren
om stil te bekoren.
Ik voel een begeren,
een alsmaar gerezen
door Amor geschonken
reusachtig verlangen
jou teder en innig,
heel zacht en voorzichtig,
te mogen omarmen.
