
pixabay
De wereld neemt mijn aandacht in beslag:
Ik word constant verleid met leuks en lekkers,
ik word gebeld door energieverstrekkers,
moet waakzaam zijn voor babbeltrucs en hackers,
voor privacy heeft niemand meer ontzag.
In huis gaat regelmatig iets kapot:
opeens geen stroom, ik kan niet internetten,
daarna moet ik van alles weer resetten
of uren met een klantenservice chatten,
met miscommunicatie door een bot.
Met angst en beven open ik mijn mail:
berichten van gemeentebureaucraten,
de fiscus houdt me weer eens in de gaten,
de bank die mij een polis aan wil praten,
gedoe, gedoe, het vliegt me naar de keel.
Commercie zeurt voortdurend aan mijn kop:
de flyermeisjes van een winkelketen,
de barbershop wil mijn waardering weten,
een kabelaar verstoort mijn avondeten,
reclamekreten kwellen mij non-stop.
Ik wil geen melding van Mijn Overheid,
geen seintjes van de buurtapp meer ontvangen,
geen fabrikantenliedjes van verlangen,
geen loze flutproductenjubelzangen,
nee, gun me alsjeblieft mijn vrije tijd.
Als ik een keer een liefdespaar op straat zie,
dat wandelt, hand in hand en ongehaast,
op wie geen kortingskaartverkoper aast,
klamp ik ze aan en vraag ik stomverbaasd:
‘Hoe vinden jullie tijd voor een relatie?’
De wereld neemt mijn aandacht in beslag:
Ik word constant verleid met leuks en lekkers,
ik word gebeld door energieverstrekkers,
moet waakzaam zijn voor babbeltrucs en hackers,
voor privacy heeft niemand meer ontzag.
In huis gaat regelmatig iets kapot:
opeens geen stroom, ik kan niet internetten,
daarna moet ik van alles weer resetten
of uren met een klantenservice chatten,
met miscommunicatie door een bot.
Met angst en beven open ik mijn mail:
berichten van gemeentebureaucraten,
de fiscus houdt me weer eens in de gaten,
de bank die mij een polis aan wil praten,
gedoe, gedoe, het vliegt me naar de keel.
Commercie zeurt voortdurend aan mijn kop:
de flyermeisjes van een winkelketen,
de barbershop wil mijn waardering weten,
een kabelaar verstoort mijn avondeten,
reclamekreten kwellen mij non-stop.
Ik wil geen melding van Mijn Overheid,
geen seintjes van de buurtapp meer ontvangen,
geen fabrikantenliedjes van verlangen,
geen loze flutproductenjubelzangen,
nee, gun me alsjeblieft mijn vrije tijd.
Als ik een keer een liefdespaar op straat zie,
dat wandelt, hand in hand en ongehaast,
op wie geen kortingskaartverkoper aast,
klamp ik ze aan en vraag ik stomverbaasd:
‘Hoe vinden jullie tijd voor een relatie?’