Het wordt zo langzamerhand tijd dat Het vrije vers ook eens wat poëzie-uitgaven gaat verzorgen al zijn we geen uitgeverij en als proef beginnen we dan maar meteen met een introductie in de westerse wijsbegeerte. Dat peinst en piekert maar, een echte Rijmcanon van de westerse filosofie in de vorm van elftallen met heuse voetnoten van de hand van onze redacteur Jaap van den Born.
De achterflap geeft de volgende nuttige informatie:
"Doe eens iets heel anders: denk na.
Voor mensen die wel eens willen weten hoe zoiets in zijn werk gaat is dit boek bedoeld.
Jaap van den Born heeft, van Thales van Milete tot de huidige tobbers, de zienswijze van de belangrijkste denkers in elf regels samengevat volgens de strenge regels van metrum en rijmschema en hoe vaak hij daarin geslaagd is laat hij volledig over aan zijn eigen oordeel.
Laat u niet misleiden door de ogenschijnlijke eenvoud: elk woord is op een goudschaaltje gewogen en bij tweede lezing zal de woordbetekenis van ‘woordbetekenis’ wellicht tot u doordringen. Zo hoort dat bij wijsbegeerte
En om aan het misverstand een einde te maken dat het geheimzinnige Oosten een heel ander soort filosofie kent volgt nog een tweede deel met de canon van de oosterse filosofie.
Gedeelten uit dit werk zijn eerder gepubliceerd in De tweede ronde.
Wie zijn oude jaargangen erbij pakt zal veel plezier beleven aan het zoeken naar verbeteringen.
Na de Rijmbijbel van Jacob van Maerlant vult deze Rijmcanon van de Westerse Wijsbegeerte een eeuwen gevoelde leemte. En dat ook nog met voetnoten.’
Het introductiegedicht:
Een wijs woord vooraf
U krijgt alleen een krachtige bouillon
Wanneer een kip en nog wat kruidentroep
Heel langzaam op een pitje heeft getrokken
En wat dus niet de naam verdient van soep
Is, als een kip met opgetrokken rokken
Snel door een ondiep bord met water rent
Vertelt u dus de buurt niet onverschrokken
Dat u de ware wijsbegeerte kent
Met enkel deze poëzie als bron
Wat in millennia is afgezucht
Behandel ik in kwieke vogelvlucht
Jaap van den Born Dat peinst en piekert maar
ISBN 9789461932907 – 91 pagina’s
Te bestellen bij mijnbestseller.nl € 12,50
De onverwachte (dat heb je zo met ontdekkingen) ontdekking van een onbekende vertaling uit 1897 van het beroemde gedicht ‘The Raven’ van Edgar Allan Poe is natuurlijk reden voor een feestje.
Bij een feestje hoort een cadeau, dus jullie krijgen weer een gratis e-book, maar eerst moet je nog maar eens de verhandeling lezen die Poe schreef over poëzie: The Philosophy of Composition, omdat hij daarin stap voor stap uiteenzet hoe hij ‘The Raven’ schreef.
Veelal wordt aangenomen dat hij dit niet serieus meende, omdat hij het schrijven van een gedicht hierin als een wiskundig proces voorstelt en niet als iets dat uit Iets Hogers wordt aangereikt, maar elke lightversedichter zal het procédé herkennen.
En we maken er meteen een Poe-week van op Het vrije vers, om deze vondst tot het merg uit te melken.
‘The Raven’ verscheen voor het eerst in druk in 1845 en werd binnen korte tijd wereldwijd razend populair.
Een populariteit die nog steeds niet aan kracht heeft ingeboet, door de duistere sfeer en de meeslepende compositie, bepaald door metrum, herhaling, binnenrijm en alliteratie.
En dat, ondanks de in deze tijd buitengewone lengte van het gedicht.
Maar zolang de puberteit niet afgeschaft wordt met bijbehorende puisten, Weltschmerz en diep-diepsombere Inzichten, zullen steeds weer nieuwe generaties de donkere diepten van dit vers ondergaan en erin ondergedompeld worden, nu bijgestaan door in zwart geklede muziekgroepen die steeds opnieuw de kracht ontdekken van dit meer dan 160 jaar oude gedicht*.
Hoeveel Nederlandse vertalingen er bestaan van Poe’s Schepping (of Compositie) is tot nu al net zo duister als het gedicht zelf, maar daar gaan we iets aan doen.
Als ze het ergens zouden moeten weten, dan toch bij The Edgar Allan Poe Society of Baltimore, zou je denken.
Daar weten ze alles over Poe, ook over zijn vertaalde werk.
Die melden het volgende over Nederlandse vertalingen:
"Dutch
“De Raven” — October 10, 1949 — De Tsjerne (Frisian translation by D. A. Tamminga, reprinted in 1984 by Friese Pers Boekerij, Leewarden, Holland, in an English-Frisian bi-lingual edition) (This title provided by René van Slooten)
“Poe’s Raven” — July 7, 1891 — Pennsylvania Dutch translation by H. L. Fischer, 7 pages, printed in Mapleshade, York, PA) (copy sold by 19th Century Bookshop, 1992, item 510
“De Raaf” — 1861 — Holland (Dutch translation by Jacob van Lennep) (This information was provided by René van Slooten, who also notes that a thorough search of the Royal Library at the Hague produced no other translations of Poe’s works before 1900. Apparently, French was widely spoken in the Netherlands and Baudelaire’s translations were widely available."
Drie dus. Dat is niet veel en ook niet waar, want de eerstgenoemde is in het Fries en dat telt niet mee. Voor mij wel, want Fries is in mijn ogen gewoon plat Nederlands (Limburgs; dat is pas onverstaanbaar gebrabbel, dus een vreemde taal), maar ze willen het zelf, dus dat kan geschrapt.
Dan hebben we die vertaling van H.L. Fischer en die begint zo:
Es war mitternacht un' schaurig,
Ich war schlaf'rig, mud, un traurig
Uewer fiel so alte Bucher
Foll so ganz fergess'ne ne Lehr;
Un' ich hab so halwer g'schlummert -
Hot 's uf e'mol so gebummert -
So wie 's macht wan 's bissel dunnert
- Das es rappelt an der Dheer;
" 'S isch en B'sucher," sag ich zu mer
Selwert, - "Klopt an meiner Dheer -
Des, allee, isch 's was ich hor."
Dat lijkt wel Limburgs, maar is ‘Pennsylvania German’, want die H.L. Fischer (1822-1909) woonde in wat The Dutch Settlement werd genoemd in Franklin County, Pennsylvania, maar dat moet je als ‘Deutsch’ opvatten.
Blijft dus één over, die van Jacob van Lennep uit 1861, wat inderdaad de eerste vertaling was in onze taal, maar hoewel we René van Slooten dus dankbaar zijn voor zijn informatie over die Friese vertaling die we niet kenden, verklaren we hem ook voor niet goed snik en aarzelen niet hem een leugenaar te noemen met zijn ‘grondige onderzoek’ in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en zijn klets over de Franse vertaling, waardoor geen behoefte was aan een Nederlandse.
(wordt vervolgd)
*The Alan Parsons Project bijvoorbeeld, baseerde een liedje, weliswaar slechts twee verzen lang, op het gedicht. Het verscheen op het album “Tales of Mysterie and Imagination” (1976), dat geheel gebaseerd is op verhalen en gedichten van Poe.
En wat Nederland betreft: de Neo-Keltische Pagan band Omnia heeft een kortere en wat aangepaste versie van het gedicht op muziek gezet en uitgebracht op hun achtste cd "Alive!". De DJ Pavo heeft in 2009 een Hardstyle nummer gemaakt (toepasselijk getiteld ‘Raven’) waarin een gedeelte van dit gedicht voorkomt.
En de componist Harrie Janssen heeft in 2009 een compositie voor fanfareorkest geschreven, getiteld "The Raven", geïnspireerd op het gedicht.
Het was een wedstrijd vol met overtredingen,
Die tegen Wodan Boys en hij kon nog maar net
Na enkele morele overredingen
Door de bemiddeling van “Rem” worden gered
‘Waarom doen jullie toch je fans zoveel verdriet
Door alle regels hier met voeten steeds te treden
Het gaat erom dat het publiek vooral geniet’
Sprak onze held teleurgesteld en ontevreden
Omdat het spel steeds ruwer werd vond “Rem” een grond
Om toen voorgoed de brui aan ’t spelletje te geven
Maar zeg nooit nooit, de bal blijft immers altijd rond
En zo’n artiest als hij blijft hoe dan ook gedreven
‘Wel, dames, heren ook, het gaat u allen goed
Voorlopig vanaf hier mijn laatste vriendengroet’
714 – 768, Eerste koning der Franken, vader van Karel de Grote
Als koning was hij een markant figuur
Zijn moeder noemde hem haar ukkepukje
En was zijn heerschappij van lange duur
Het tegendeel was waar van zijn postuur
Dat leidde wel tot menig ongelukje
De beste man kon immers nergens bij
Dus lazerde geregeld van een krukje
En toen hij oud werd kromp hij zelfs een stukje
Gevoel voor humor had hij generlei
Dus moest je in zijn bijzijn ervoor waken
Dat je maar niets over zijn lengte zei
Vooral niets lolligs, want dan fronste hij
En antwoordde gevat op zulke zaken:
‘Ik laat u graag een kopje kleiner maken’
O heilgeschreeuw van regeltjesbarbaren!
Ik kweel, meneer, mijn eigen woordmuziek,
Bespelend vele tere zielesnaren
Bij mijn bewonderend en toegewijd publiek,
Negerend uwen mitsen en uw maren,
Nooit bukkend voor uw wrede polemiek
Noch die van uwen mede-ambtenaren.
Daarom, mijnheer, noem ik mij authentiek.
Nicolaas Beets
Wanneer de Kindren Groot zijn (1858)
"Wanneer de kindren groot zijn, mijn lief, mijn levenslust!"
dan gaan ze op d’r eige en zijn we van ze af
dan zullen we verhuizen, een stulpje aan de kust
Maar lief, wat een gerochel, je hoest klink als geblaf
ik ga de dokter bellen, je maakt me ongerust....
"De kindren wórden grooter — maar op hun moeders graf."
Het had ze altijd al wel iets geleken
Want kippen geven veel meer vlees dan vinken
En dan het luid toktokken van zes weken
Dat tot het einde opgewekt blijft klinken!
Vanaf mijn ziekbed in Lambarene kon ik de verpleegsters horen zingen die bij de rivier verbanden uitspoelden en ook voorbijvarende roeiers dompelden hun peddels onder ritmisch gezang in het water. Nee, met de poëzie zat het wel goed in Afrika, wijd verbreid, talloze culturen en orale traditie zorgden daar welvoor, echt niet alleen in het Swahili.
Maar versvormen, schriftelijke poëzie, dat was door de kolonisatoren beïnvloed; Arabieren, Fransen, Portugezen en Engelsen.
Omdat de koorts opliep werd ik via een noodtransport naar Nederland vervoerd en lag ijlend in het Hospitaal voor Tropische Ziekten in Leiden toen een verpleegster bezoek aankondigde van Bas Boekelo.
Ik was verrast, zeker toen hij binnenkwam, want hij zag er heel anders uit dan ik verwachtte.
Een zeker honderdjarige kale man met een wit sikje in een verouderd geruit kostuum met wijde kap en knapzak, betrad met schokkerige, onritmische bewegingen de zaal, maar met een daarmee contrasterende verende en soepele tred.
‘Zwavel op je pad!’ riep hij, ‘bij Zazel en Iod, wat zie jij er beroerd uit!’
Hij plaatste een bosje paddestoelen in een vaas en zette zich op de visitestoel.
'Terwijl jij je vermaakte in het buitenland’, zei hij, mij in de borst prikkend met een benige wijsvinger,’heb ik, arme oude man, een nieuwe versvorm ontwikkeld, die de Eeuwige Kringloop van het leven symboliseert: het kringloopvers.
De eerste en laatste regel komen uit een bekend gedicht, niet noodzakelijk hetzelfde en de tekst daartussen is aan de maker’.
Hij uitte een kakelende lach. ‘Ook de eenvoudigste ziel die zich hiermee bezig houdt wordt zo voor eeuwig gevangen in de vorm.’
Ik keek zwetend in de kille gele ogen, was dit bezoek een koortsdroom?
Hier hielp wellicht alleen een Afrikaanse magische tekst.
Het schoot mij tebinnen hoe in Zuidelijk Afrika een nieuwe lichting dichters zich los wilde maken van de Engelse vormen en een mengvorm zocht met de oude orale traditie en hoe kwetsbaar deze Magister in de Oude Kunsten was op het gebied van Ritme.
Ik begon een gedicht te citeren uit van een de weinige dichtbunels van vrouwen uit Zimbabwe, Nyamubaya (met de bijnaam Freedom):
‘Poetry
One person said,
You are not a poet,
But forgot that
Poetry is art and –
Art is meaningful rhythm.
Now what is rhythm
If I may ask?
Some say it’s marching syllables,
Others say it’s marching sounds,
But tell me how to marry the two.
We fought Shakespeare on the battlefield
Blacks fought the Boers with their spears
These are matching syllables
And is art to some,
But how can I marry the two?
How about a different rhythm?
People die in the ghettoes,
From police raids and army shots
Workers suffocate under coal mines,
Digging the coal they can’t afford to buy
For cooking daily to feed themselves.
Poetic stuff this’
Ik keek op; mijn bezoek was verdwenen. Het raam stond open en alles wat ik zag was een zwarte kraai die krassend wegvloog. Koorts doet vreemde dingen met een mens.
Het nieuwe nummer van LightenUp Online is uit (zie bij 'Andere links 'onderaan) met o.a. het volgende gedicht :
Douglas Brown -- The Day Werner Heisenberg Ran Over Schrodinger's Cat
Physicist Heisenberg * phoned Erwin Schrodinger,
“Sprawled on the roadside, I see your cat linger.”
Thinking a moment, Herr Schrodinger said,
“Is he still living, or does he look dead ?”
Heisenberg pulled his car over, and parked;
Studied the cat, and then gravely remarked,
“Maybe he’s dead - or he might just be hurtin’.
That’s my dilemma; I’m always uncertain.”
Moral; a physicist can’t be relied
to tell if a feline has actually died.
For absolute certainty, Erwin should get
An autopsy done by a qualified vet.
* the German theoretical physicist who asserted the uncertainty principle of quantum theory.
‘Vertel eens, Rem, hoe zat dat nou met buitenspel?’
Vroeg na de match kantinejuffrouw tante Nel
‘En interesseert die rode kaart je echt geen biet?’
‘Ach Nel, hij ging zijn boekje elke keer te buiten
Ik snap dan ook die man in ’t zwart gewoonweg niet
Hij floot voor ieder wissewasje razend snel
En trok na ieder commentaar steeds aan de bel
Terwijl hij na een doodschop verder spelen liet
Oké, ik ging mijn boekje mogelijk te buiten
Ik had me achteraf veel wijzer moeten uiten
Me laten gaan op die manier was niet zo best
Maar ja, hoe kon hij nu tot buitenspel besluiten?
Ik voelde me daarom verplicht mijn gal te spuiten
Met: Hondenlul, krijg nou toch gauw de builenpest!’
Heeft u zich ook weer zitten te generen ?
Wat waren we op voorhand goed gemutst
Maar Franka heeft het weer voor ons verprutst !
We zullen haar eens flink een lesje leren
Dus kom naar Schiphol. Ik zorg voor de pek!
Aan veren is waarschijnlijk geen gebrek
... Met Joan Franka haalt Nederland opnieuw niet de finale van het Eurovisie Songfestival ...
Ik gaf een por, de ogen half geloken
En zei: ‘Hé trut! Wat zit jij uit te spoken?’
Ze sprak betraand, haar ogen rood ontstoken:
‘Ik ween om bloemen in de knop gebroken
En voor de ochtend van haar bloei vergaan’
Wat een continent.
In de gevangenis hoorde ik van een Kenyaanse homeopaat, die daar zat wegens ongeoorloofd uitoefenen van de geneeskunst (in sommige opzichten zijn ze hier duidelijk voor op ons) dat in zijn land een unieke versvorm bestond, de Muyaka stanza, genoemd naar de stanza’s in een beroemd gedicht, Itakapo kukutana van de eveneens beroemde Kenyaanse dichter, Bwana Mukaya.
Eenmaal weer buiten huurde ik meteen dragers, sloeg voorraden in en ging op pad. Na vier dagen het oude liedje: dragers muiten en er vandoor en ik met malaria door het oerwoud strompelen. Gered door een paar werkloze luipaardjagers, afgegeven bij een hospitaaltje in een dorpje met de naam Lambarene, geleid door een stokoude autoritaire Zwitserse arts die me kortaf vraagt waarom ik niet gewoon de bus gepakt heb. Als door een wonder ligt in het bed naast me een Kenyaan, die gevraagd naar de Muyaka stanza meteen opdreunt:
‘Ai ngano na samli, viliwa vyema khiyari
Vitu viawavyo mbali, Renu na Baunagari
Apao mwende akari, mola humjazi kheri
Ai ziwa na sukari, itakapo kukutana’
Dat is $%^$#! hetzelfde als de utendi/tenz met zijn aaab! In het bed aan de andere kant ligt een boomlange Afro-Afrikaan die mijn interesse voor versvormen bemerkt en vraagt of ik de shairi ken, gebruikt bij de Gunda dans? Vier regels met rijm naar voorkeur van de dichter? Dat is gewoon een kwatrijn schamper ik. De takhmis dan? Uniek! Oude Swahili-vorm voor lyrische en verhalende gedichten? Mijn belangstelling is gewekt en bereidwillig legt hij uit: kwatrijnen met rijmschema aaab enz.
Bij mijn poging het bed uit te komen om hem te wurgen val ik verzwakt op de grond. Een verpleger met een rond brilletje en fez raapt me op en legt me weer in bed. ‘Dat is helemaal geen originele Swahilivorm’ zegt hij korzelig. ‘Dat is een zwak atreksel van de Arabische takhmis, ontstaan in de 18e eeuw: een vijfregelig vroom gedicht met rijmschema aaaab, de laatste regel bevat geen rijm en de laatste twee regels zijn afkomstig uit een eerder bekend gedicht’
Kijk, dat fleurt op. Hij zegt nog iets van dat die Swahilitakhmis verschilt met de utendi/utenzi in het aantal lettergrepen en iets over metrum, maar daar trek ik me niets van aan, met het Arabische metrum kunnen wij toch niet uit de voeten. Dit is een vorm waar tenminste iets mee valt te beleven en het voorschrift wordt gewoon: quintet, aaaab, laatste twee regels een citaat uit een bekend gedicht.
En nu kinine.
De medespelers hielden van zijn guitenstreken
Zij lagen daarom dikwijls allemaal gestrekt
(Dat had hun op het grasveld bijna nog genekt
Toen zij in Lummelgeest op 0-0 bleven steken)
De trainer van het stel probeerde wel te sturen
‘Zeg Remko, kerel, dit keer wil ik geen gestunt
Doe alsjeblieft alleen wat jij het beste kunt
Bespaar me dus die malle fratsen en die kuren’
Maar goed, waar lag bij “Rem” nu feitelijk de grens?
Hij scoorde graag of met zijn hak of met zijn knie
En van zo’n fraaie schaar genoot hij ook intens
‘Ik wil gewoon niet dat wij afgaan als een gieter
U weet, ik ben nu eenmaal toch een klein genie
En daarenboven ook een echte kunstgenieter’
De tweede Driek van Wissen Sonnettette Competitie van het Dagblad van het Noorden is gewonnen door Gezienus Omvlee met Erfenis:
Toen pa naast moe ter aarde was besteld,
hadden de erven zich al rijk gerekend
en fluks voor de nalatenschap getekend;
het oude nest moest omgezet in geld.
Maar dat bleek nog met hypotheek belast.
Nu kwam er pas een echt lijk uit de kast.
Gisteren, op de sterfdag van Driek werden de tien prijswinnaars bekendgemaakt door een jury, bestaande uit Jean Pierre Rawie, Jan Boerstoel en Bert Visscher.Onder hen natuurlijk een groot deel Vrije vers-medewerkers: Marjo van Dijken, Maarten Beemster, Bennie Sieverink, Aukje Tillema, Daan de Ligt, Arie van Engelenburg, Ko de Laat , Ed Elands en onze eigen moederator Katja Bruning.
Buiten de prijzen viel Arjan Keene met de volgende sonnettette wat wel aantoont hoe hoog het niveau van de inzendingen was:
Medische misser ... Ziekenhuizen melden fractie van verdachte sterfgevallen...
De hoofdchirurg wist niet wat hij moest zeggen De hulpanesthesist kroop op de grond Een foutje kan, maar hier maakt men 't bont Dit ziekenhuis had heel wat uit te leggen
"De operatie hebben we gestaakt Helaas is de patiënt echt weggemaakt."
Maandagmiddag werd in Groningen middels een hommage in café De Wolthoorn, aanloop naar de grote hommage in Groningen, stilgestaan bij het overlijden van Van Wissen.
Hier een link naar het artikel in het Dagblad van het Noorden:https://www.box.com/s/5405410c880e29e23ecf
Geen hoge koorts, noch droge hoest of snot Dus eigenlijk volledig vrij van klachten Toch houd ik het niet vol om nog te wachten De overbuurman is er ook gespot
Dus snel op pad voordat het straks te laat is Ik moét die COVID test, want het is gratis!